Plaag

7 april, 2017
Dinsdagavond half acht, de ondergaande zon scheen door de lamellen, het kantoor was verlaten, alleen op mijn bureautje stond de computer nog aan. Ik was al minstens een half uur mijn brein aan het breken over een mailtje aan een Duitse klant toen het appje van mijn moeder binnenkwam: Aaf heeft luis.
Ik staarde naar het schermpje tot het woord ‘luis’ tot leven kwam en van mijn telefoon zo over mijn hand de mouw van mijn truitje in kroop. Van schrik liet ik het ding uit mijn handen kletteren. Alsof het plafond het begeven had onder het gewicht van twee miljard luizen die zich daar jarenlang hadden schuilgehouden, werd ik overspoeld door kriebelende pootjes en jeukende beestjes.
Ik sprong op, gooide mijn hoofd voorover en krabde als een bezetene de huid er van af.
Waar was mijn zelfbeheersing? Ik moest aan Sarah Jessica Parker denken die er in I don’t know how she does it achter komt dat haar gezin besmet is met luis, terwijl ze een belangrijke meeting heeft met Alec Baldwin (klik hier). Toen had ik dat nog een grappige scène gevonden.
Als iemand me nu zou zien… Maar er was hier niemand. Ik zou leeggezogen worden door die zespotige pisgele bloedzuigers en mijn collega’s zouden morgenochtend op zijn vroegst pas mijn met luizen bedekte, compleet van bloed onttrokken karkas hier op de vloer aantreffen, en dat was het dan.
En toen dacht ik aan Aaf. Ik kon haar toch niet laten opvreten door die beesten?  
Mijn moeder zou nu ongeveer weggaan en Rubin kon dat luizengedoe natuurlijk nooit handelen in zijn uppie. 
Ik schudde de paniek en de beestjes van me af, zocht snel op google naar eerste hulp tips bij luizen, schreef er een aantal op een post it, knipte het licht uit en verliet in allerijl het pand.
Eenmaal thuis trof ik mijn moeder, de luisdetector, bij de voordeur op haar weg naar buiten.
‘Waren het er veel?’ vroeg ik, terwijl ik haar op haar wang kuste.
'Een stuk of dertig. Ik heb haar in bad gezet en ben uren bezig geweest om ze eruit te kammen. Ik heb er een paar voor je bewaard in een glaasje.’
'Oh, fijn.' Ik ging bijna over m'n nek.
'O, en Aaf weet het nog niet.’
'Hoe bedoel je?'
'Ze weet niet dat ze luis heeft. Ik heb het haar niet verteld, vond het zo zielig. Straks raakt ze er helemaal van in paniek.'
Hoe mijn moeder het voor elkaar heeft gekregen om tig luizen uit Aaf haar haren te kammen zonder dat ze doorhad waarom, is me een raadsel. Als ik één tandje van een kam op haar hoofd zet gilt ze het al uit. Weer een mysterie om toe te voegen aan de lijst met dingen die oma wel lukken en mama niet.
Ik haastte me naar mijn onwetende meisje, die nog wakker in haar bed lag. Ik drukte haar stevig tegen me aan en gaf haar een kus op haar luizenbol.
'Lieverd, je hebt luis. Ik ga je haar even in een vlecht doen. Morgenochtend doe ik er citroensap in en ga ik het nog een keer kammen, maar oma heeft de meesten er al uitgehaald.'
'Wat is luis?'
'O, van die kleine beestjes in je haar.'
'Wat doen die dan?'
'Kriebelen. Daar krijg je jeuk van. Daarom moest je zo krabben gisteren.'
'O.'
'Heb je nu nog jeuk?'
Ze schudde haar hoofd.
'Wat heeft oma met die luizen gedaan? Zijn ze dood?' gaapte ze.
'Ja.'
'Aah, zielig...'
Ik glimlachte en gaf haar een kus in haar heerlijke nekkie, terwijl ik haar haar vlechtte.
'Ze zitten in een glaasje.'
'Mag ik ze zien?' vroeg ze, haar moeheid verbijtend.
Ik frummelde een elastiekje om het uiteinde van de vlecht, wreef over haar rug en pakte haar hand.
Samen liepen we naar de badkamer waar ik haar het glaasje liet zien met de vijf drijvende luizenlijkjes.
'Dat zijn luizen.'
'Oké.' Meer zei ze niet.
Ik tilde haar terug naar bed, stopte haar in en sloop haar kamer uit. Toen ik zeker wist dat ze me niet meer zag rende ik het hele huis door om alle jassen, kleding, handdoeken en al het beddengoed in de was te gooien. Daarna drenkte ik mijn hoofdhuid in citroensap en azijn (kon mij het schelen dat ik strohaar zou hebben de komende weken) en liet het een paar uur intrekken.
De volgende ochtend noemde ik Aaf 'luizenpluisje', waarop zij zei dat ze dat niet was. 'Luizenbol dan.' Ze gaf me een por en noemde me dikzak. Mooi. Geheel plaag bestendig gaf ik haar aan de mister mee, aan hem de eer om in de klas mee te delen dat Aaf luis had.
 

Reageren




Reactie plaatsen