Tongen

11 juni, 2017
Het is stil. De kinderen zitten als twee Duracel konijntjes waarvan de batterijen ogenschijnlijk leeg zijn, onderuitgezakt op de bank Paw Patrol te kijken.
Ik sluip naar de keuken, pak een bruin biertje uit de koelkast, een opener uit de la en tijger naar de tuin. Zachtjes laat ik me in mijn lounge ei vallen en plop het flesje open.
Het laatste zonnetje van de dag heeft het kussen voorverwarmd. Als ik mijn benen optrek, mijn hoofd achterover gooi en mijn ogen sluit voel ik me in dit ding zo geborgen als een baby in de baarmoeder.
Ik neem een slokje en zak nog dieper weg in het kussen.
Voetstappen.
‘Mam?’
Aaf klimt in de stoel waardoor ik bijna gelanceerd word.
‘Aaf! Je bent toch Paw Patrol aan het kijken?'
‘Nee, ik ben hier.’
Ze haalt haar schouders op.
‘Waarom ga je niet nog even lekker televisie kijken, we gaan zo naar boven...’ probeer ik, maar ik weet al dat het hopeloos is. Ik zet het flesje op de grond en til haar op mijn schoot.
Ze kijkt me recht aan en zegt: ‘Weet je, ik zag gisteren twee meisjes op de gang en die stonden met hun tongen tegen elkaar.'
‘Wat zeg je nou?’ Mijn rechterwenkbrauw moet mijn kruin wel bijna raken. 
‘Ik zag twee meisjes met hun tongen tegen elkaar.’
Even lijkt het alsof de zon tussen de daken van de huizen tegenover ons heen en weer getrokken wordt, alsof er hevig gestreden wordt om haar licht.
‘Bedoel je dat ze aan het tongzoenen waren?' Foute vraag. 'Waar zag je dat, Aaf?’ vraag ik snel, voordat ik moet gaan uitleggen wat tongzoenen is.
‘Op school.’
‘Op school?!’
Ze knikt en lijkt me te peilen. Waarschijnlijk hebben mijn uitpuilende rechteroog en mijn samengetrokken linker me verraden.
Het beeld van wild tongzoenende kleutermeisjes in de gang van de basisschool waar ik mijn dochter vijf dagen per week heen breng, bedekt mijn netvlies. Wat is het volgende? Orgies in de klas?
Ik was van plan het gesprek over de bloemetjes en de bijtjes uit te stellen tot haar achttiende verjaardag – nou oké, misschien is dat wat utopisch gedacht, maar de brugklas dan, op z’n vroegst.
Ze wordt maandag vijf, vijf! Hoe oud kunnen die meisjes in die gang nou helemaal geweest zijn?
Ik weet heus wel dat kinderen er tegenwoordig steeds vroeger bij zijn, maar in de kleuterklas al?
Ik kijk naar Aaf, die een pluk haar achter haar oren stopt en heen en weer wiebelt op mijn schoot.
Ze is de onschuld zelve. Haar ogen zijn glanzend blauwgroen en sprankelen, als iedere dag, van enthousiasme. Ze zuigt het leven op alsof het een elixer is van pure chocolade en stuitert onvermoeibaar rond op die steeds langer wordende beentjes van haar.
Er is niets mis met openbare affectie, met tongzoenende mensen van hetzelfde geslacht. Net zoals er ook niets mis is met aan jezelf friemelen, dat heb ik haar ook al eens gezegd. Als ze het maar doet in haar eigen bed, waar niemand het ziet.
Zou ze alles wat ik nu zeg al registreren en opslaan voor later? Als ik zeg dat tongzoenen niet mag, wat voor signaal geef ik dan af? Als ik zeg dat het oké is, wat leer ik haar dan? Staat ze dan morgen zelf op de gang te bekken met haar bestie?
Ik sluit mijn ogen en probeer de warmte te voelen van het reepje zonlicht dat ontsnapt is aan het duel tussen de daken.
‘Dat kan toch niet, mama?’
Dit is het moment. Nu moet ik iets zeggen. Maar wat?
‘Ik bedoel,’ vervolgt ze onverstoorbaar, ‘dat is toch heel vies? Daar krijg je toch enge ziektes van?’
Voordat ik het besef knikt mijn hoofd al wild bevestigend.
 ‘Ja, verschrikkelijke ziektes. Van uitvallende tongen tot rottende tanden…’ hoor ik mezelf zeggen.
'Dat dacht ik al.' Ze springt van mijn schoot af en huppelt weer naar binnen.
Ik pak mijn biertje en neem een grote slok.
 

Reageren




Reactie plaatsen