Haarlem Azz

1 september, 2017
God, wat heb ik een hekel aan op elkaar gepakt staan, zoals nu bij Haarlem Jazz. Als varkens in de rij voor de vrije uitloop. Er is altijd wel een hand die langs mijn bil schampt waarop dan een binnensmonds ‘sorry’ of gewoon een knipoog volgt. Het doet me denken aan die keer in een overvolle tram 4 toen ik de inschatting maakte er nog net bij te kunnen passen. Met mijn schooltas onder mijn arm geklemd, mijn ene hand om de ijzeren paal en mijn andere met de grote mobiele telefoon van weleer tegen mijn oor, stond ik te bellen met mijn eerste grote liefde. Ik ging zo op in het beschermen van mijn tas, me staande houden tijdens het rijden, de zweetlucht negeren en het voeren van het telefoongesprek op gedempte toon, dat ik pas laat door had dat er iets tegen mijn kont prikte. Ik schoof naar voren, maar het porren bleef. Toen ik mijn billen naar achteren duwde om de prikker van mijn territorium te verdrijven, veranderde het prikken in schuren. Met zijn gewicht duwde de swaffelaar me tegen de paal. Ik kon me geen millimeter meer bewegen.
In mijn vrije oor hoorde ik een haperende ademhaling.
‘Ieuw!’ riep ik, terwijl ik mijn haar in zijn gezicht sloeg en mijn hoofd afwende. Ik moest hier weg.
Omdraaien was onmogelijk, me loswurmen was ook geen optie, waar kon ik heen? Ik wist dat er een bocht zou komen, dus zette ik me af, liet me met de bocht mee vallen, waardoor de viezerik achter me bijna omviel. Maar hij herpakte zich snel. Ik moest naar CS, maar toen de deuren bij de Dam opengingen plantte ik mijn elleboog tegen zijn neus en sprong ik naar buiten.
‘Vieze vuile gore klootzak!’ schreeuwde ik op z’n Monnickendams, dat nog platter is dan Jordaans. Mijn vriendje aan de telefoon bescheurde zich toen ik hem dit verhaal vertelde. Er valt altijd te lachen om en met mij, maar ik voelde me echt vies en zwak. Ik kocht meteen zo’n handgripper en trainde mijn grijpkracht door de hele dag in dat ding te knijpen. Mocht me zoiets nog een keer gebeuren, dan zou ik die fallus verpulveren in mijn rechterhand, geen genade!
 
Nu sta ik hier met mijn achttienjarige nichtje klokslag middernacht op de Grote Markt naar Ronnie Flex te kijken. Je kent hem, van Drank & Drugs en Energie. Op zich maakt hij wel lekkere muziek, maar er valt geen jazz van te maken.
Met zijn opgeschoren haar in vlechtjes bovenop zijn hoofd samengebonden, zodat ze opstaan en op de muziek meedeinen als het rafelig uiteinde van een scheepstouw, doet hij me aan Ray Slijngaard van 2 Unlimited denken. De muziek houdt het midden tussen rap en reggaeton. Alhoewel mijn kont en ik waarde hechten aan privacy, laten we geen gelegenheid onbenut om te schudden en God verhoede te twerken, en meneer Flex maakt nu net van die nummertjes die de billekes in vervoering brengen.
Dat is waarschijnlijk dan ook precies de reden dat ik me bevind tussen opgewonden tienermeisjes en opgefokte tienerjongens in Moncler jasjes met bontkragen om de sfeer goed op te pompen.
Als we eenmaal staan, helemaal vooraan links van het podium, neem ik de mountain pose in. Yoga mag dan misschien nog niet helemaal gestript zijn van het geitenwollensok imago, het zorgt in ieder geval voor een goede balans waardoor ik als een onbeweeglijke rots middenin het gedruis overeind blijf.
En ja, hoor, als Drank & Drugs ingezet wordt, springt de hele meute op en neer en heen en weer, als een modderstroom op tilt. Je zou het niet verwachten, maar het zijn de tienermeisjes die het hardst duwen, die ruzie zoeken met de bontkraagjes die ik niet voor de poes houd. Merkbaar slaat de sfeer om. Dit kan twee kanten op gaan, óf het wordt een massale vechtpartij, of een orgie. Either way, ik moet mijn nichtje hier weg zien te krijgen.
Een ruzie sus ik, een paar opgefokte jongens met donker krullend haar die er door niemand langs gelaten worden, tem ik door mijn hand op hun schouder te leggen, ze langs me te loodsen en lieflijk te glimlachen. Terwijl ze verlegen teruglachen, slaat het in als een bom. Ik ben een übermoeke geworden!
Al die gefrustreerde gezichtjes, de onzekere blikken, de jongens die zich zo stoer houden, net zo goed als de meiden, zijn ineens precies dat; onzekere en vooral jonge jongens en meisjes. Kinderen. Ik kijk naar mijn outfit. Mijn God, ik ben een bejaarde!
En het is niet mijn schuld, ik kwam hier voor Haarlem Jazz, in het altijd brave Haarlem komen daar normaal gesproken brave burgers van vijfentwintig plus op af, met Chanel tasjes, gestifte lipjes en een wit wijntje in de hand, lachend tegen de in beige chino en overhemd gestoken heren die compleet uit de maat meedansen op soulfulle saxofoonmuziek. Er is hier geen jazz aan! Niemand wil zijn fallus tegen mijn kont duwen hier, ze zullen wel twee keer nadenken! Mijn wijnglas is nog nooit zo leeg geweest. Paniekerig kijk ik om me heen, het wijninfuus ligt aan de andere kant van de myriade. Terwijl Ronnie Flex er een eind aan breidt, grijp ik M. bij de hand en zeg ik dat we hier weg moeten zijn voor iedereen doelloos over het plein gaat dwalen.
Ze zweeft volmaakt gelukkig naast me. ‘Echt cool van je dat je mee ging!’
Ik loop langs de wijnkar en besluit thuis een hele fles soldaat te maken en een protestmail te sturen naar de organisatie van dit Jazzfestival dat geen klote meer met jazz te maken heeft. Volgende keer ga ik naar een 80’s & 90’s revival party.  
 
 

Lies Jansen

20 september, 2017 om 11:51

leuk ik heb gelachen.

Reageren




Reactie plaatsen