Ex Factor

23 oktober, 2017
Facebook doet van die grappige dingen. Zoals die suggesties met ‘mensen die je misschien kent’ die dan in een rijtje op je nieuwsoverzicht staan. Ik ken ze zelden, heb me misschien weleens afgevraagd hoe ze in dat rijtje terecht zijn gekomen en of ik ook in dat soort rijtjes sta, maar besteed er verder nooit echt aandacht aan. Nu zie ik daar iemand die ik wel ken.
 
Bij de jongen op de foto is de tijd stil blijven staan.
De eerste keer dat ik hem zag was in Mister Cocos op het Thorbeckeplein in Amsterdam, de bar waar ik iedere vrijdag met vriendinnen en klasgenoten happy hour vierde en me binnen een uur klem zoop aan malibu cola’s en wodka lemons, twee voor de prijs van een. Ik was zeventien.
Terwijl Montell Jordan Girl, if it’s all right, let’s go somewhere and get it on tonight’ zong, wat vrijwel meteen na die zin afgekapt werd door Een Bossie Rode Rozen, stond hij daar, met zijn lange in lichtblauwe spijkerbroek gehulde benen, zijn witte overhemd tot aan de glooiing van zijn gespierde borstkas open geknoopt, zijn Nike surfschoenen hip onder zijn hoog opgerolde broekspijpen, nonchalant tegen de bar geleund. Normaal rook het er naar sigarettenrook, oud bier, zweet en kots, maar toen waaide er een aangename lucht mijn neus binnen. Cartier Declaration, zou later blijken, vermengd met de sporen van de specerijen waarmee zijn moeder altijd kookte.
Onze blikken kruisten elkaar en plots waren we de enige twee in het staphok.
Hij keek weg toen zijn vriend iets tegen hem zei, barstte in lachen uit en keek weer zijlings naar me terug. Dan en daar wist ik dat ik nooit eerder verliefd was geweest.
Terwijl hij zijn glas naar zijn mond bracht om een slok van zijn drankje te nemen, haalde ik diep adem en stapte langs hem heen, me bewust van zijn energie die me leek te volgen naar de andere kant van de ruimte.
 
Het komt ineens allemaal terug. Hoe we maandenlang om elkaar heen draaiden, maar uiteindelijk niet anders konden dan toegeven aan die enorme aantrekkingskracht.
Mijn eerste liefde.
De jaren met hem, af en aan, van mijn achttiende tot mijn tweeëntwintigste, zijn te reduceren tot één nummer: Ex Factor van Lauryn Hill. 
Ik weet nog hoe ik op mijn slaapkamervloer op de grond lag met een kussen tegen mijn buik gedrukt, terwijl ik ‘care for me, care for me, I know you care for me’ mee schreeuwde. De enige die er wat om gaf was de bovenbuurman, die brulde of ik mijn kop kon houden terwijl hij met de achterkant van de bezem op de vloer bonkte.
 
Ik dacht altijd dat mijn hart binnenstebuiten gekeerd en opnieuw in elkaar gezet was om alleen voor hem te kloppen. Totdat ik op mijn tweeëntwintigste tijdens een vakantie verliefd werd op een Italiaan. Hij sprak geen woord Engels, ik geen woord Italiaans, maar ik beleefde net zo’n intense liefde als met de jongen die ik voor de zoveelste keer uit mijn leven had gebannen. Ik had niets met de Italiaan gemeen, niets om over te praten, het had geen enkele diepgang en toch huilde ik vanuit mijn tenen in de bus terug naar de luchthaven.
Een week later zag ik mijn eerste liefde weer. Een prachtige, maar lege huls.
Leven met hem was als leven in een kleurloze, holle ruimte, waarin mijn liefde tegen de kale wanden afketste. Het was ineens zo klaar als een klontje. 
Ik besloot me alleen nog maar te geven aan iemand die zó kleurrijk was van binnen, dat ik eindeloos in hem zou kunnen blijven verdwalen.
Die persoon is de vader van mijn kinderen en zit hier nu onderuitgezakt op de bank een documentaire te kijken.
 
De cursor blijft even hangen, maar dan druk  ik resoluut op het kruisje rechts bovenin de foto. Het plaatje verdwijnt.
 

Reageren




Reactie plaatsen