Eindig

27 januari, 2017
In een boerderij op het Groningse platteland, omgeven door een besneeuwd landschap en kleurrijke mensen, heb ik even de tijd om me te verdiepen in mijn wereld. De wereld in mijn hoofd die in 145.000 woorden omschreven, uitgeprint op 341 a4tjes op iemands bureau ligt om te beoordelen.
Het is heerlijk om even verstoken te zijn (voor zover dat mogelijk is met 4G en Wifi) van de normale dagelijkse input aan informatie en geheel in mezelf te kunnen keren.
En terwijl er 248 kilometer zit tussen mij en the objects of my affection, treft het me hoeveel ik van ze houd. Hoe die liefde door mijn bestaan vloeit, me overspoelt, maar meestal omsluit als een heerlijk warm bad waar ik me het liefst compleet in onderdompel. Ik weet heus wel dat ik een emotioneel tiepje ben, dat mijn gemoedstoestand op en neer springt als een kapucijnaapje op steroïden, maar wat altijd consistent blijft is mijn onbegrensde liefde voor mijn allerliefsten. Iedere keer denk ik dat het niet mogelijk is nog meer van die twee heerlijke garnaaltjes (Sam zegt altijd “garnagels”) te houden, maar dan lijkt mijn hart toch weer uit te zetten van een propje tot een luchtballon.
En terwijl ik mijmer over grenzeloos houden van, sterft er iemand. Iemand anders’ dierbare. De tijd staat even stil. Want zo kan het ook. Het kan ineens voorbij zijn. Een ongeluk of een ziekte, er ligt genoeg op de loer.
En terwijl ik het liefst al het verdriet zou wegnemen bij degene die nu haar dierbare moet missen, realiseer ik me hoe fragiel het leven is en hoe kwetsbaar ik eigenlijk ben.
Het verdriet in haar ogen overmant me en raakt me op een plek die ik nog niet zo goed van mezelf ken en waar ik niet graag kom.
Toen Sammetje niet leek te ademen bij zijn geboorte, heb ik minutenlang krachteloos gehuild. Een oersnik die uit mijn tenen kwam en mijn vermoeide lichaam in een greep hield die pas verslapte toen de kraamhulp kwam vertellen dat hij toch ademde. Het duurde een paar dagen voordat dat beklemmende gevoel weg was. Ik vraag me soms nog weleens af of ik nog had kunnen ademhalen als hij dat niet had gedaan. De eerste weken vond ik het moeilijk om me te hechten, zelfs het eerste jaar vond ik het lastig om hem los te laten en tegelijkertijd dichtbij te houden, uit angst dat ik hem toch nog kwijt zou raken. Alsof we in reservetijd zaten, of bonustijd eigenlijk meer. En zo voelt dat nog iedere dag, bonustijd, een cadeautje. Wie weet wat de morgen brengt, maar vandaag heb ik. Het besef dat alles vergankelijk is doet me intenser genieten, dieper liefhebben, assertiever handelen. Misschien wel net zoveel uit overgave als uit angst. En nu zie ik die angst waarheid worden bij iemand anders.
En terwijl de sneeuwvlokjes in Groningen als kleine veertjes van de takken op de grond dwarrelen, besef ik dat het om de reis gaat die we samen maken. Hoe die vlokjes ook dwarrelen, hoeveel goeds of slechts ze ook brengen, doet er niet toe. Zodra ze op de grond vallen versmelten ze met het water in de voetafdruk die een wandelaar daar heeft achtergelaten. En zo gaan ze. En zo gaat het. 

Oermoeder

19 januari, 2017
Toen ik zwanger werd heb ik me stellig voorgenomen om vooral niet zo’n moeder te worden die haar kinderen voortrekt, ze niets ontzegt, langs de kantlijn bij voetbal of dansen instructies loopt te blèren en die als haar kind pest of gepest wordt meteen door roeien en ruiten gaat zonder eerst even aan te horen wat er precies aan de hand is. Een nobel voornemen dus. En tot vorige week had ik dat redelijk voor elkaar.
De eerste schooldag na de kerstvakantie was voor Aaf een heftige, ze stribbelde ’s ochtends al tegen, dus ik had me reeds ingesteld op weinig enthousiasme voor het feit dat ik (voor de verandering) op maandagmiddag bij het schoolplein stond om haar op te halen.
Maar dat de pretlichtjes binnen tien seconden al doofden en plaatsmaakten voor tranen, kwam toch als een redelijke verrassing.
            ‘Ik wil papa.’
Nou, oké, dat kon ik me voorstellen. Papa is ook leuk. Ik sloeg mijn arm om haar heen, gaf haar een kus op haar bol en loodste haar mee naar de auto. Het regende en Sammetje lag thuis nog ziek in bed te slapen dus enige haast was geboden.
Eenmaal in de auto werd het niet vrolijker. Nadat ik haar in de gordel gegespt had, de nattigheid van me afschudde en achter het stuur plaatsnam, hoorde ik een klein stemmetje vanaf de achterbank dat ik niet van haar kende.
            ‘Ik wil niet meer naar school,’ piepte ze. Zo zacht dat ik het nauwelijks verstond.
            ‘Wat zeg je nou?’
            ‘Ik wil niet meer naar school.’ Nog steeds op een mespuntje van haar normale vermogen.
            ‘Waarom niet?’ Inmiddels trok ik op.
            ‘Ik wil niet meer naar school omdat P. me anders weer pijn doet.’
En daar gingen mijn goede voornemens. Ik voelde ze zo mijn hoofd uitglijden, tezamen met alle kalmte. 
            ‘Wát zeg je?’ Ik wilde me naar haar omdraaien om haar aan te kunnen kijken, maar realiseerde me op tijd dat ik aan het rijden was.
             ‘Ik wil niet dat P. me pijn doet.’ Weer zo zacht dat ik het bijna niet kon verstaan.
Met een zwaai aan het stuur stonden we aan de kant van de weg.
Je moet kalm blijven, herhaalde ik vijftig keer achter elkaar, maar ik kon wel brullen vanbinnen. Ik ademde diep in en probeerde haar met mijn blik te dwingen om me aan te kijken, zonder dat ze zou voelen hoe ik inwendig in alle staten was. Wie doet mijn kleine meisje pijn? Wat heeft hij gedaan? Geschopt, geslagen, gebeten of geduwd? Heeft hij gedreigd om het weer te doen? Waarom heeft de juf me daar niets over verteld? Verdomme, hoe durft iemand mijn kleine meisje pijn te doen!
            ‘Aaf, je moet me nu echt zeggen wat er gebeurd is. Wat heeft P. precies gedaan?’
Geen antwoord.
Ik moet de auto maar omkeren, dacht ik, en terugrijden en aan de juf vragen wat er gebeurd is. Maar Sam ligt nog thuis. Nee, dan moet ik toch eerst naar huis en dan terug. Of gewoon naar P. lopen, want woont hij niet ergens bij ons om de hoek? Als ik zijn kop van zijn romp trek zal zijn moeder me vast niet meer zo aardig vinden…
Dat was natuurlijk wel een dingetje. Maar wat kon mij dat schelen? Hij moest de waarheid weten en ook maar meteen goed in die kleine pestkop oortjes knopen dat met mij, noch mijn dochter, niet te sollen valt. Zoiets moet je meteen de kop indrukken. En als de juf dat niet deed, dan maar zelf! Wroah!
            ‘Aaf, wat heeft P. gedaan?’ Mijn stem nu onheilspellend laag.
            ‘Hij ging met I. spelen.’
            ‘Wat?’
            ‘Hij ging met I spelen. En ik wilde met I. spelen. En met M., maar die ging ook met P. spelen.’
De oertijger in mijn binnenste geeuwde en ging weer rustig liggen.
Ik liet me achterover vallen in de autostoel en schudde mijn hoofd. Een mini tornado in een BMW 1-serie.
            ‘Aaf, dat kan toch gebeuren. Dan ga je toch gewoon met iemand anders spelen? Of zelf iets doen wat je leuk vindt?’
            ‘Ja, dat weet ik wel, mama.’
            ‘Dan hoef je nu toch niet zo verdrietig te zijn? Morgen is weer een nieuwe dag, dan ga je morgen met I. spelen. En als I. niet wil, dan speel je gewoon met iemand anders. Ga je met W. spelen, want die wil altijd wel met jou spelen.’
            ‘Ja, maar ik wil niet met W. spelen.’
Ik zucht. En glimlach terwijl ik weer optrek.
 
 

Malaise

15 januari, 2017
Germs, ze zijn overal. Ik sta er iedere keer weer versteld van hoeveel snot er uit die kleine neusjes komt, je zou denken dat het bij die kleintjes maximaal een derde zou zijn van het groene slijm dat wij grown ups produceren, maar niets is minder waar. Er gaan hier gestaag 4 tissue boxen per week doorheen.
Ons gezellige samenzijn met de kerst heeft de complete familie lamgelegd.
Het begon bij mijn broertje, toen mijn nichtje, beide oma's en opa's, Aaf, mijn schoonzus, mijn moeder, de mister, Sam en nu hebben ze mij bereikt.
Ik moet bekennen dat ik misschien twee keer in mijn leven echt griep heb gehad – daarentegen wel drie keer een voedselvergiftiging en één acute blindedarmontsteking. Allen lichtjaren geleden, toen ik nog jong was, en uitgeslapen en kinderloos en superfit. Nu dat de jeugdigheid eraf is, ik me niet meer kan heugen wanneer ik voor het laatst acht uur achterelkaar heb kunnen slapen en zo fit ben als een uitgekauwde hoen, moet ik toch toegeven dat mijn weerstand beter is dan ever. Ik word overeind gehouden door mijn ontbijtshake (vraag me niet wat er in zit en of het gezond is, het werkt in ieder geval bij mij) tweemaal daags voedingssupplementen, chlorella en als ik een verkoudheid voel opkomen een vitamine C bruistablet als toetje. Daartussenin en omheen eet ik amper snoep, hooguit 3 koekjes per dag, een stuk fruit, geen vlees en veel groente.
Dat ik mijn gereduceerde suikerconsumptie ruimschoots compenseer met mijn alcoholinname laat ik even buiten beschouwing.
Ik heb werkelijk geen idee of het allemaal werkt, maar aangezien ik nu nog als enige overeind sta, met alleen een beetje snot, koppijn en een licht hoestje, durf ik niets aan mijn dieet te veranderen.
Ik lijk wel vaak ziek, omdat ik schitter van afwezigheid op mijn werk om thuis te zijn bij de (zieke) kinderen. De germs komen namelijk in grote getale en verschillende varianten, voornamelijk via de crèche en de basisschool, als een Trojaans paard mijn huis in om hun slag te slaan – al dan niet tezamen met hun grote vriend de Luis. O, en laat ik vooral de katten niet vergeten, via wie ringworm en hordes vlooien zichzelf naar binnen hebben weten te smokkelen. 
We worden continu belegerd en zijn ons steeds preventiever aan het weren, in het geval van de kinderen tot nu toe zonder aanwijsbaar positief resultaat, behalve dan het feit dat ze nog leven. Ik vind dat ouders zichzelf daarvoor best wat vaker een schouderklopje mogen geven: het is gewoon een germ jungle out there!
Ik kan ook niet zeggen dat het in de zomer beter is dan in de winter, want de vijfde tot de honderdste ziekte, waterpokken, krentenbaard, hand-voet-en mondziekte (niet te verwarren met mond en klauwzeer, ook al zit het wel in je giechel en op je klauwen) en het RS virus kennen geen seizoensrestrictie, ze komen en gaan wanneer ze willen.
Gelukkig hebben we, na lang wikken en wegen, de kinderen wel laten inenten tegen alle overige kleine beestjes, zoals de bof, mazelen, rode hond, pneumokokken, meningokokken, humaan pappilomavirus, difterie, kinkhoest, tetanus, hepatitis B en polio. Een hele geruststelling is dat.
Ik geloof niet dat er nog iemand is die dat daadwerkelijk krijgt, maar dat is natuurlijk ook precies het punt van die injecties.
Terwijl ik op de bank zit te tikken, ligt Aaf in haar bed met 39 graden koorts en Sammetje met zijn krullenkoppie op mijn schoot. Zijn kleine lijfje is gloeiend heet, zijn stemmetje heser dan normaal, met zijn beertje in zijn ene hand geklemd en zijn dino in de andere vecht hij tegen wat het dan ook is dat hij onder de leden heeft. En ik voel me nog kleiner dan zo'n verdomde bacterie.
Mijn hart verpulvert bij het horen van iedere moeizame ademhaling. Het liefst gooi ik alles opzij, werk, blog, boek, mezelf en kruip ik in hem. Neem ik alle pijn van hem over.
Ik aai en aai over zijn hoofdje, wrijf over zijn ruggetje zoals ik altijd over mijn dikke buik wreef toen hij daar nog in lag en geef hem oneindig veel kleine kusjes die hem zouden moeten helen. 's Nachts doe ik met liefde geen oog dicht om mijn kindjes als twee hittepitjes tegen me aan te voelen, zodat ik zeker weet dat ze in orde zijn. Dat ze nog ademhalen.
En ineens bedenk ik me dat het niet aan die shakes, mijn voeding of die vitaminepillen ligt, het is hun ziek-zijn dat mij op de been houdt.
 
 
 
 

Hete hond

4 januari, 2017
De VVD wil dat er een verbod komt op vleesnamen van vegetarische producten. Dus een vega-burger, vegetarisch gehakt en vegetarische boterhamworst mogen straks niet meer zo heten. Wat een vooruitstrevend idee! Wat fijn dat de partij zich hier hard voor maakt!
Helemaal omdat ik, als vervent pescotariër, altijd erg in de war raak bij het vega schap in de supermarkt. Het is allemaal niet van echt vlees te onderscheiden en ja, er staat dan wel overal vegetarisch voor, toch check ik bij de gekookte worst (de vega dan) nog altijd even de kleine lettertjes, want je weet het maar nooit met die vega vleesboeren, errug misleidend zijn ze. Dit in tegenstelling tot bepaalde vleesboeren die hun dieren antibiotica voeren, onder erbarmelijke omstandigheden in veel te kleine ruimtes houden en vleesfabrikanten die stukjes vlees mooi kleuren met kleurstof en opspuiten met water om het er smakelijker uit te laten zien.
Ja, ik kan me helemaal voorstellen dat die echte vleesboeren geen oneerlijke concurrentie willen van een hotdog die niet daadwerkelijk van een hete hond gemaakt is!
Dat er alcoholvrij bier verkocht wordt waar 0,5% alcohol in zit, dat er gedroogde kokos aangeboden wordt waar nagenoeg geen kokos in zit, maar overwegend suiker en rundergelatine, of dat er vruchtensap verhandeld wordt waar geen vrucht aan te pas komt, laten we voor het gemak even voor wat het is. Of nee, laat men daar een aparte politieke partij (de 82ste!) voor oprichten, de PvdKW; de Partij van de Keuringsdienst van Waren. Laat ze dan meteen even naar de houdbaarheidsdatum kijken van het gros dat er aan politici rondloopt, want die zijn zo ver-ambtenaard dat ze hun touch met het plebs en de realiteit compleet kwijt zijn. Wat ze wel goed weten is hoe bureaucratie de boel versimpeld en de belastingdienst alles makkelijker maakt. Maar dan ook wel als enigen.
Ik heb veel liever dat ze wat aan de veiligheid doen. Al die aanslagen zijn me niet in de kouwe kleren gaan zitten en ik ben meer voor voorkomen dan genezen, ook al weet ik dat een aanslag voorkomen nagenoeg onmogelijk is. Maar er helemaal niet scherp op zijn vind ik een ander uiterste. Het neigt hier tegen het naïeve. Een onbeheerde rugzak kan gewoon een uur in een overvolle Albert Heijn staan zonder dat een haan er naar kraait.
Er hangt spanning in de lucht, zowel bij links als het midden en rechts. Dat maakt me op z'n zachtst gezegd een bange poeperd.
Afgelopen maandag bij de Notenkraker in de stadsschouwburg voelde ik me ook even unheimisch omdat er geen potige kerels bij de entree stonden om eventueel gespuis buiten te houden, maar twee petieterige meiskes die zelf ballerina hadden kunnen zijn.
Bij het petsgeluid van de te hard ingezette bekkens van het orkest dat Tsjaikovski's Bloemenwals speelde, vloog ik elke keer een halve meter de lucht in. En ik was niet de enige.
Ja, de wereld is aan het veranderen, en het wordt tijd dat de regering zich meer gaat bekommeren om de zorgen van haar echte burgers, in plaats van die in het vleesschap!