Ontstemd

26 februari, 2017
Na een heerlijke week wintersport vond ik mijn stembiljet in de brievenbus.
Om de milka koe maar meteen bij de hoorns te vatten googlede ik, gewapend met een chai latte en een stuk chocola, 'wat moet ik stemmen’ en vulde alle stemwijzers in die opdoken.
Bij het Groen Kieskompas kwam ik uit bij Denk. Ik werd meteen misselijk. Als ik namelijk onverhoopt met Tunahan Kuzu als laatste man ter wereld op een eiland strand, gooi ik zonder wroeging mijn vegetarisme opzij en vreet hem rauw op.
Volgens StemWijzer was ik voor Artikel 1. Waarschijnlijk gebaseerd op het feit dat ik bij die ene vraag pro roetveegpiet was, maar dan ook alleen omdat de optie ‘het interesseert me eigenlijk geen ene reet meer’ er niet bij stond.
Het KiesKompas dan, die dirigeerde me doodleuk naar de ChristenUnie en door het invullen van de Kiesbalans kwam ik zelfs uit bij de PVV!
De Wijze Stemmer beloofde dat de grootste denkers der aarde me zouden helpen om de juiste partij te vinden. Volgens hen was mijn wijze stemmer Karl Marx en fluisterde hij vanuit het hiernamaals ‘SP, SP, SP!’ in mijn oor. Eindelijk duidelijkheid, ik vroeg me namelijk al jaren af wat dat irritante gesis was.
Uiteindelijk deed ik, omdat Kieswijzer me naar D66 duwde en Routestemmer me naar 50Plus schoof, uit pure frustratie ook nog de StomWijzer. PvdA kwam daaruit.
Lekker duidelijk. Als alle bovengenoemde partijen nou even één partij zouden vormen, dan kan ik daar op stemmen.
Het had zo simpel moeten zijn, maar dat ik voor een beter klimaat ben en tegen discriminatie en tegelijkertijd ook wens om 130 kilometer per uur te mogen blijven rijden en de grenzen strenger te controleren, is blijkbaar erg verwarrend. Ik mis een log middenmonster dat met lange, sterke tentakels uithaalt naar links (om Nederland het meest groene, diervriendelijke en klimaatneutrale land van de wereld te maken) en naar rechts (om onze vrijheid niet cadeau te doen aan hen die onze westerse vrijheden verwerpen.)
Ik googlede alle lijsttrekkers, bekeek hun foto’s en klikte op hun campagnefilmpjes. Het leek potverdorie wel een poppenkast, met Sybrand Buma als Jan Klaassen, Tunahan Kuzu als graaf Dracula, Mark Rutte als prins Gaylord, Geert Wilders als Katrijn en Emile Roemer als Dombo, het vliegende olifantje. Ik zit nog te twijfelen wie ik op Ursula uit de Kleine Zeemeermin vind lijken, maar daar kom ik misschien in een ander blog nog wel op terug.
Het ontbreekt de politiek aan recht toe recht aan mannen en vrouwen. Het is allemaal een beetje van alles wat, dus net niks. Wat mij betreft mag 2017 het jaar worden van de échte man en vrouw, die met ballen en tieten. Echte mannen die zeggen waar ze voor gaan, de mouwen opstropen en desnoods de boel zelf wel even regelen, niet die gladde glimlachende knikkers die zichzelf oppoetsen tot glimmende biljartballetjes, waarna ze doelgericht afketsen tegen alle waarheden met hun valse beloftes en steevast hun eigen dikke vette achtbal in de corner pocket stoten. Brrr, zie je, ik ril er van.
Ik, als vrouw die in deze tijden weer in haar handjes mag knijpen dat ze stemrecht heeft, vind dat ik iets móet, maar heb nu dus geen idee meer wat. Ik heb krullen, dus misschien moet ik, net als Katja en Sylvana, zelf maar een gooi doen naar een politieke carrière. Al acht ik mezelf redelijk kansloos, gezien mijn hekel aan ongelijkheid (ik zou meteen het basisinkomen invoeren) mijn aversie tegen religie (dat zou uit het onderwijs moeten verdwijnen) en mijn zwak voor hardwerkende mensen – de noeste arbeiders met hun handen in de modder of met hun goddelijke lijf het vuur trotserend, hallelujah! Alleen al voor hen zou ik vol enthousiasme een nieuw beloningsstelsel  introduceren, gedoopt ‘Pegels voor het Plebs’ waarbij de werknemers onderin de organisatie net zo ruim beloond worden als die aan de top. 
Ik zou vaders en moeders heilig laten verklaren en tegelijkertijd het feminisme de das om doen: blèren dat vrouwen ongelijk behandeld worden mag, maar dan wel alleen bij de Turkse en Arabische ambassade. Onze westerse mannen zijn namelijk allang in touch met hun vrouwelijke kant, zonder daar ook maar een greintje mannelijkheid voor op te geven. Ze zijn niet als een stel Dolle Henkies de barricades op gegaan met gladgeschoren beentjes en aangezette wimpertjes, maar hebben een stuk of tien tattoos laten zetten, kweekten een sixpack en lieten hun baard staan. Robuust van buiten, zacht van binnen, het zijn toch potverdorie net Magnums, onze mannen.
Nou goed, voordat ik weer afgeleid ben, als laatste politieke stuiptrekking zou ik na het afschaffen van het koningshuis, in plaats van Koningsdag de Grote Verschildag invoeren, waar we allemaal massaal de straat op gaan (al dan niet verkleed) om te vieren dat we anders zijn, dat we van elkaar verschillen en dat dat gewoon fokking oké is.
Enfin, een blamage zou ik zijn, zoals ik dus al zei. Ik ben een complete politieke nitwit, dat blijkt wel uit die tests. Het is maar goed dat ik een vak heb geleerd. Oerdegelijk moederen, concepten uitwerken en kleding ontwikkelen voor themaparken en af en toe een verhaaltje schrijven. Simpel als wat.
 
 

Harrewar

17 februari, 2017
Als je denkt dat de Harrewar (het kinderklimparadijs in oerburgerlijk maar heerlijk Hof van Saksen) alleen voor kinderen is, dan heb je het in ons geval mis. We houden het vijf minuten uit, de mister en ik, om de kids een proefrondje te begeleiden door het mega klimtoestel, maar daarna gaan we los.
We doen wedstrijdjes wie er als eerste boven is, tillen, slepen en duwen de kinderen de plateaus op en over, en spenderen zelf uren in de ballenbak. Hij bekogelt me, ik gooi terug. We werpen ballen door de cirkels hoog boven ons waar punten boven staan. Hoe hoger de punten, hoe kleiner de cirkel; zie daar maar eens zo’n licht plastic balletje doorheen te krijgen!
De kinderen begraven me in een zee van gekleurde ballen, totdat ik niet meer te zien ben. Ik lig heerlijk, luister naar hun gegiechel en bedenk me dat ik me nog altijd een meisje voel.
Ik ben vijfendertig, maar als iemand mevrouw tegen me zegt vind ik dat nog steeds vreemd klinken. Als ze beginnen te u-en word ik redelijk agressief.
Zit ik soms in de ontkenningsfase? Is het angst om ouder te worden, of tegenwicht voor het feit dat ik zo burgerlijk bezig ben? Alles wat ik vroeger namelijk kneuterig vond: een tussenwoning, een man, kinderen, een auto voor de deur, katten, een vaste baan, ik heb het allemaal. Is het uit pure paniek dat ik me krampachtig vasthoud aan mijn meisjes-zelf?
Ik kom overeind omdat ik me ineens belachelijk voel. Ik lijk potverdorie wel een kleuter! Maar dan word ik meteen weer besprongen door twee aapjes die me kopje onder duwen. Bedolven onder de ballen hoor ik ze schateren. Ik graai naar armpjes, beentjes en mis expres. Ze gieren het uit.
Ik heb ook eigenlijk geen idee hoe me als een keurige vrouw van vijfendertig te gedragen. Ik doe maar wat. Ik zeg alles wat ik denk, lach om de stomste grapjes, kijk alle Disney films mee, ben dol op die beren chippies, die kleine pakjes krentjes en perensap. Als de kids zitten te snoepen hoop ik altijd (tevergeefs) dat ze wat overlaten voor mij en Sint Maarten vind ik het einde. Het liefst graai ik zelf in die bakken snoep. Annemaria koekoek, tikkertje of verstoppertje spelen doe ik net zo lief voor mezelf en als de muziek hard staat ben ik de eerste die door de woonkamer loopt te springen en dansen. Ik ben paard, aap en mamatijger, verzin krankzinnige kinderliedjes en trek gekke bekken tijdens het eten. Absoluut niet iemand om mevrouw tegen te zeggen.
Als ik omhoog kom zie ik nog net hoe Sam de ballenbak uitklimt.
Het speelkwartier is voorbij, vanaf nu is het ieder voor zich: Aaf laten we een zeer ingewikkelde constructie in levensechte legoblokken bouwen (je kan immers niet vroeg genoeg beginnen met het kweken van een beetje ruimtelijk inzicht), the papa mengt zich in de voetbalkooi in een wedstrijdje met jochies van zes, Sammetje zet ik in de knutselhoek en zelf strompel ik, na een paar rondes door het klimtoestel en drie keer roetsjen van de gigaglijbaan, met een latte en een boek naar de kant. Uitgeput laat ik me vallen in een van de met rood leer beklede loungestoelen die "het gewone naar een buitengewoon niveau tillen" – om E.L. James maar even te citeren uit haar literair door mij zeer hoog aangeslagen Vijftig tinten grijs.
Net had het nog een goed idee geleken om met mijn 1.72 m als een soort slangenmens door smalle gangetjes te kronkelen, te manoeuvreren tussen boksballen die draaien, te hangen aan touwen en met gevaar voor eigen leven naar het hoogste plateautje te klimmen om me, alsof ik vijf ben, door die rode glimmende slurf naar beneden te laten glijden. Die overigens harder ging dan ik verwacht had. Nu heb ik overal blauwe plekken, ben ik buiten adem en voel ik de spieren in mijn onderrug en rechterbil protesteren. Het was de bedoeling de kinderen af te matten zodat ze om zeven uur als een blok in slaap zouden vallen en de mister en ik een heerlijk romantisch avondje samen konden hebben, maar ik geloof dat deze mevrouw met de buggy naar onze boerderij gereden zal moeten worden…
 

Tomkroes

10 februari, 2017
De kinderen zijn weg. Ik heb een ochtendje heerlijk voor mezelf en dus heb ik een tompouce gehaald, een latte macchiato klaargemaakt en Portnoy’s klacht geopend voor me op tafel gelegd. Dit is het einde. Even rust, voordat om twaalf uur de schoolbel gaat en de drukte begint.
Ik haal het roze koekdakje van de tompouce en leg het op de rand van het schoteltje. Het is een tic. Toen ik zwanger was van Sam at ik op het laatst elke dag een tompouce, dus ik weet inmiddels wat de smakelijkste manier is om het ding te verorberen. Het roze dakje – waar ze wat mij betreft drie lagen van hadden mogen maken, maar ze willen natuurlijk dat je blijft hunkeren, dat je alleen voor dat roze geglazuurde stukje bladerdeeg nog een tompouce aanschaft en naar binnen werkt – bewaar ik tot het laatst. 
Ik pak het kleine vorkje, prik er een hap vanillepudding met bladerdeeg op en breng hem naar mijn mond. Maar op de een of andere manier lukt het me niet om hem in mijn mond te stoppen.
Waarom, waarom, WAAROM moet ik me precies nu beseffen dat ik geen Doutzen Kroes lichaam heb? Een Doutzen Kroes lijf is voor iedereen behalve Doutzen Kroes überhaupt weinig realistisch, dus waar gáát dit over?
Waarom is het ineens zo zwaar klote dat ik het niet heb?
Ik zucht en laat langzaam het vorkje zakken.
Als ik Doutzen was dan kon ik tenminste zonder schuldgevoel een tompouce eten…
Ik rol met mijn ogen.
Alsof Doutzen Kroes alles is! Die foto’s van haar zijn allemaal gephotoshopt en het is toch verschrikkelijk om altijd onderweg te zijn, op je uiterlijk beoordeeld en door Jan en alleman aangegaapt te worden. Toch?
Onzin. Ik zag haar ooit bij de Minimarkt met haar kinderen en ze was potverdorie gewoon bloedmooi, rete slank en superrelaxed. Leuk met de kinderen ook.
Ik hoef die stomme tompouce niet!
Ik laat de vork op het schoteltje vallen en schuif het bij me vandaan. Even overweeg ik om het ding in de biobak te mieteren, maar dan herinner ik me mijn angst.
De angst dat ik na mijn bevalling instant zou veranderen in ma Flodder met kort pittig kapsel.
Het grote mysterie waar ik vroeger huiverend mijn brein over brak: wat drijft vrouwen er toch toe dat ze, als ze eenmaal getrouwd en met kroost geschopt zijn, de boel laten hangen, wapperen en waaien en voor het gemak kiezen?
Oké, kort haar bespaart shampoo, conditioner, warm water en tijd. Tentjurken met bloemetjesmotief zijn praktisch, want buiten dat ze alles verhullen, kunnen je kinderen er altijd nog onder kamperen als het echt moet, en niet scheren is natuurlijk warmer in de winter. Nog een bijkomend voordeel is dat je je geen zorgen meer hoeft te maken over mannen die naar je kijken en echtgenoten die jaloers zijn.
Mijn God! Welk een monster steekt de kop op na het krijgen van kinderen en kortwiekt bij vrouwen hun haren, hun libido en hun interesse in hun uiterlijk?
En als het hun kan overkomen, waarom zou het dan niet ook op mij loeren?
Hoe bang was ik wel niet dat het mij ook te grazen zou nemen en vrijwel direct (of dan zeker na een paar maanden) na mijn bevalling zou veranderen in het monster van Loch Mama?
Ik zag mezelf al rond oempaloempa-en op de huishoudbeurs met vijftien volgestouwde tassen, de Margriet en de Libelle lezen en fluitend rondrijden op de mamafiets. Maar behalve dat laatste is het allemaal niet gebeurd. Ik ben nog redelijk zoals ik was in de pre-mamatijd. Afgezien van het feit dat de dingen die wat mij betreft nou juist wel wat groter hadden mogen worden, na mijn bevalling juist zijn leeggelopen als twee ballonnetjes, ben ik redelijk in vorm, misschien zelfs wel slanker dan ooit. Dat is toch ook een prestatie? Nee, meer dan dat, een overwinning!
Ja, ik heb dat monster toch maar mooi het hoofd en het lichaam weten te bieden!
Ik trek het schoteltje naar me toe en prop snel een overheerlijke hap in mijn mond.
 

Russst

3 februari, 2017
Na vier dagen werken maak ik me weer op voor de grote Entertainment Weekly show. Of daily. Of in ons geval dag- en nachtly.
De show start wanneer de oogjes open schieten. Het ochtendritueel kennen jullie inmiddels, maar daarna begint het pas echt: niets even op je gemak je mail checken, je ontbijtshake drinken, je krantje lezen of aan je lief vragen of hij lekker geslapen heeft en wat zijn plannen zijn voor vandaag, je ochtendroes wordt direct verstoord door “Mama, mag ik een slokje?” of  “Mama, wat heb jij? Waarom drink jij dat?” om vervolgens te horen “Mama, ik heb honger.” Maar dat geeft allemaal niet, ik ben nog altijd een redelijk ochtendmens; dat frisse gevoel van een verse dag houd ik vrij lang bij me. Zelfs nog met een aapje aan mijn been en een tetter in mijn oor die daarvoor als twee tasmanian devils door de woonkamer zijn gestormd en een ravage hebben achtergelaten.
Pas bij de vijfhonderdste keer “Mama,” “Mami,” “Mam,” en “Máaahaaamaaa,” breek ik.
Even een kopje koffie drinken, een telefoontje plegen, opruimen, de was doen, zelfs naar de wc gaan is niet mogelijk in rust. Echt, de laatste keer dat ik ’s ochtends normaal (zeg maar alleen) naar het toilet ben geweest kan ik me niet heugen. Aankleden ook niet, en laat ik douchen niet vergeten. Dat doe ik tegenwoordig in fast forward, omdat ik nerveus word als ze in de badkamer rellen, maar als de dood ben dat ze daarbuiten de tent afbreken. Wat dat betreft zijn baby’s wel handig: die leg je in een box met een knuffel en een rammelaar of zet je in een wippertje, zodat jij even rustig een grote boodschap kunt doen.
Goed. Mijn kinderen kunnen zichzelf op zich prima entertainen, alleen niet als ik er ben.
“Mama, kom je tijgertje spelen?”
“Mama, mag ik kleien?”
“Mama, kijk eens wat ik gemaakt heb?”
“Mama, wil jij me helpen?”
Misschien komt het wel omdat ik zo vaak ja zeg. Dat is sowieso wel een dingetje.
Maar vandaag is het me gelukt. Ik heb eindelijk een modus gevonden. De heilige graal voor de eeuwige entertain-ouders. En nog wel dankzij mijn eigen mister.
“Je moet ze aanzwengelen,” had hij gezegd.
“Aanzwengelen?”
“Ja. Gewoon, aan het werk zetten. Kieper bijvoorbeeld de hele Lego bak om, ga er naast zitten, begin met bouwen en als ze dan eenmaal bezig zijn, piep je ertussenuit. Zo doe ik het en het werkt altijd.”
De eerste drie keer dat ik het “aanzwengelen” probeerde faalde ik jammerlijk, maar dat kwam door de pijnlijke beginnersfouten:
Ik maakte een kopje koffie, koffie betekent koekje, dus had ik direct twee hooligans die “Koekje, koekje, koekje!” scandeerden.
De tweede keer had ik de koffie al klaar staan, maar maakte ik de fout om de snoep -en koekla open te trekken. Blijkbaar hebben alle lades in mijn keuken een karakteristiek geluid, want zodra ik die la opentrok stonden er alweer twee spitsmuisjes naast me te piepen om een snoepje.
De derde keer had ik het helemaal uitgedacht: De koffie stond klaar, een kitkat mini lag ernaast, ik kon gewoon niet wachten. Na het aanzwengelen sloop ik naar mijn hoekje, ging zitten in de stoel, pakte de kitkat, trok het zakje open en… Daar waren ze weer.
“Mama, wat heb jij daar?”
Om het aanzwengelplan te laten slagen moet je dus geen snoep en koek verpakt in knisperende papiertjes in huis halen (ook beter voor het milieu trouwens), pantoffels of sokken hebben waarmee je je vrijwel geluidloos kunt bewegen en je koffie drinken zonder een lepeltje erin. Een hele zwendel dus, maar dan heb je wel wat.
Een kwartiertje voor jezelf. Heerlijk.