Bieberboom

23 juni, 2017
Ik plant een boom, omdat ik op een mooie woensdagmiddag, in een drukke winkelstraat, van een aantrekkelijke jonge knul een klein geel zakje met zaadjes in mijn handen geduwd kreeg.
‘Wilt u een cadeautje?’ vroeg hij triomfantelijk, terwijl hij zijn Justin Bieber lok nonchalant naar achteren zwiepte.
‘Eh… Nou, bedankt,’ zei ik. Ik wilde het al in mijn tas stoppen en doorlopen, maar Bieberlicious liep met me mee.
‘Weet u wat er in zit?’
Ik haalde mijn schouders op en bekeek het zakje vluchtig.
‘Zaadjes van bloemetjes, voor de bijtjes? Robinia Pseudoacacia…’ las ik op.
‘Weet u wat dat is?’
Ik zag een boompje met daaronder de tekst ‘Een groene toekomst begint altijd klein. Plant mij en ik groei uit tot iets groots’.
‘Het is een boom.’
‘Ja, maar weet u, dit is niet zomaar een boom.’
‘O, nee?’
‘Deze boom neemt de meeste Co2 op van alle bomen! En hij wordt groot en prachtig groen. Met deze boom in uw tuin compenseert u dus Co2 uitstoot.’
Had hij mijn tuin weleens gezien? Een postzegel!
‘Bent u een beetje milieubewust?’ vroeg hij met gefronste wenkbrauwen. ‘Ik zie dat u een bakfiets heeft, dat is mooi, want dan gaat u in ieder geval niet met de auto.’
Het begon nu toch best warm te worden, zo in die felle zon, midden in die drukke straat.
‘Of heeft u wel een auto?’
Ik knikte schuldbewust.
‘Een elektrische?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Rijdt u er veel mee?’
‘Neu…’ Ik moest echt weg daar, voordat ik verstrengeld zou raken in weer een andere milieuorganisatie die maandelijks mijn bankrekening leegzoog. Door Artsen zonder Grenzen stond ik laatst ook al in de min…
‘En in uw huis? Als u uzelf een cijfer moest geven voor hoe milieubewust u leeft, wat zou dat cijfer dan zijn?’
‘Een acht,’ floepte ik eruit om er vanaf te zijn.
Hij grinnikte.
‘En waarom denkt u dat?’
‘Omdat ik geen vlees eet en bijna geen melk drink. En ik kook elektrisch.’
Tot mijn genoegen volgde er een instemmend geknik.
‘En stroom? Gebruikt u groene stroom?’
Geen idee, Rubin had dat abonnement afgesloten.
‘Volgens mij wel.’
‘Wie is uw energieleverancier?’
‘Eh… Iets met een E…, volgens mij is het Essent.’
Nu begon de Bieberbonenstaak te bulderen van het lachen. Hij liet me een lijstje zien van de consumentenbond waarop Essent helemaal onderaan stond als minst ‘groene’ stroomleverancier.
‘O, nou, misschien was het dan toch Eon.’ Maar ook Eon stond laag in de ranglijst.
Dit kon toch niet waar zijn? Ik checkte mijn bankapp en kwam erachter dat we bij Oxxio zaten. Al net zo slecht!
‘Dat vind je grappig, hè?’ verweet ik hem semi serieus.
‘Ja.’ Hij veegde de tranen uit zijn ogen.
‘Nou, ik plant die boom van jou wel.’ Ergens…
Gebukt onder het juk van een stinkende, wereldvervuilende kolencentrale wilde ik nu echt afdruipen.
‘Wacht even, ik heb me nog helemaal niet voorgesteld! Ik ben Joeri.’ Hij stak zijn hand uit. ‘Ik ben van Qurrent, en wij zijn de nummer 1 groene stroom leverancier van Nederland.’ Een heel verhaal volgde en ik weet niet wat me ertoe bewoog – de manier waarop hij vertelde over Stichting Doen en het voorkomen van ontbossing, zijn enthousiasme voor het verbeteren van het klimaat, of gewoon zijn hele voorkomen – maar niet veel later vond ik mezelf met zijn tablet in mijn handen, terwijl ik braaf al mijn gegevens invulde. Zo gaat het dus altijd met mij en straatverkopers, iets wat  Rubin tot waanzin drijft als hij met mij op stap is.
Ik moest alleen nog het vakje ‘Ik ga akkoord met het betalen van een boete voor het vroegtijdig beëindigen van mijn contract bij mijn huidige energieleverancier’ aan te vinken en dan mijn handtekening zetten.
Ik gaf hem zijn tablet terug. Dit kon ik niet tekenen. Rubin had net een zakelijk contract afgesloten en een boete voor het vroegtijdig opzeggen daarvan zou zomaar €1000 kunnen zijn.
Joeri begon te zweten en ik kon me niet heugen ooit zo’n beteuterd gezicht te hebben gezien. Die dingen gaan natuurlijk op naam en hij had zo zijn best gedaan om me binnen te halen… We namen afscheid en ik, de grote milieuvervuiler en teleursteller, een hoopje slecht mens, ging op huis aan.
 
Dus heb ik vandaag de tuinhandschoenen aangetrokken en die zaadjes geplant. Over een paar jaar prijkt er een gigantische Robinia Pseudoacacia in mijn mini-tuin. Met de groeten van Joeri Bieber.
 

Tongen

11 juni, 2017
Het is stil. De kinderen zitten als twee Duracel konijntjes waarvan de batterijen ogenschijnlijk leeg zijn, onderuitgezakt op de bank Paw Patrol te kijken.
Ik sluip naar de keuken, pak een bruin biertje uit de koelkast, een opener uit de la en tijger naar de tuin. Zachtjes laat ik me in mijn lounge ei vallen en plop het flesje open.
Het laatste zonnetje van de dag heeft het kussen voorverwarmd. Als ik mijn benen optrek, mijn hoofd achterover gooi en mijn ogen sluit voel ik me in dit ding zo geborgen als een baby in de baarmoeder.
Ik neem een slokje en zak nog dieper weg in het kussen.
Voetstappen.
‘Mam?’
Aaf klimt in de stoel waardoor ik bijna gelanceerd word.
‘Aaf! Je bent toch Paw Patrol aan het kijken?'
‘Nee, ik ben hier.’
Ze haalt haar schouders op.
‘Waarom ga je niet nog even lekker televisie kijken, we gaan zo naar boven...’ probeer ik, maar ik weet al dat het hopeloos is. Ik zet het flesje op de grond en til haar op mijn schoot.
Ze kijkt me recht aan en zegt: ‘Weet je, ik zag gisteren twee meisjes op de gang en die stonden met hun tongen tegen elkaar.'
‘Wat zeg je nou?’ Mijn rechterwenkbrauw moet mijn kruin wel bijna raken. 
‘Ik zag twee meisjes met hun tongen tegen elkaar.’
Even lijkt het alsof de zon tussen de daken van de huizen tegenover ons heen en weer getrokken wordt, alsof er hevig gestreden wordt om haar licht.
‘Bedoel je dat ze aan het tongzoenen waren?' Foute vraag. 'Waar zag je dat, Aaf?’ vraag ik snel, voordat ik moet gaan uitleggen wat tongzoenen is.
‘Op school.’
‘Op school?!’
Ze knikt en lijkt me te peilen. Waarschijnlijk hebben mijn uitpuilende rechteroog en mijn samengetrokken linker me verraden.
Het beeld van wild tongzoenende kleutermeisjes in de gang van de basisschool waar ik mijn dochter vijf dagen per week heen breng, bedekt mijn netvlies. Wat is het volgende? Orgies in de klas?
Ik was van plan het gesprek over de bloemetjes en de bijtjes uit te stellen tot haar achttiende verjaardag – nou oké, misschien is dat wat utopisch gedacht, maar de brugklas dan, op z’n vroegst.
Ze wordt maandag vijf, vijf! Hoe oud kunnen die meisjes in die gang nou helemaal geweest zijn?
Ik weet heus wel dat kinderen er tegenwoordig steeds vroeger bij zijn, maar in de kleuterklas al?
Ik kijk naar Aaf, die een pluk haar achter haar oren stopt en heen en weer wiebelt op mijn schoot.
Ze is de onschuld zelve. Haar ogen zijn glanzend blauwgroen en sprankelen, als iedere dag, van enthousiasme. Ze zuigt het leven op alsof het een elixer is van pure chocolade en stuitert onvermoeibaar rond op die steeds langer wordende beentjes van haar.
Er is niets mis met openbare affectie, met tongzoenende mensen van hetzelfde geslacht. Net zoals er ook niets mis is met aan jezelf friemelen, dat heb ik haar ook al eens gezegd. Als ze het maar doet in haar eigen bed, waar niemand het ziet.
Zou ze alles wat ik nu zeg al registreren en opslaan voor later? Als ik zeg dat tongzoenen niet mag, wat voor signaal geef ik dan af? Als ik zeg dat het oké is, wat leer ik haar dan? Staat ze dan morgen zelf op de gang te bekken met haar bestie?
Ik sluit mijn ogen en probeer de warmte te voelen van het reepje zonlicht dat ontsnapt is aan het duel tussen de daken.
‘Dat kan toch niet, mama?’
Dit is het moment. Nu moet ik iets zeggen. Maar wat?
‘Ik bedoel,’ vervolgt ze onverstoorbaar, ‘dat is toch heel vies? Daar krijg je toch enge ziektes van?’
Voordat ik het besef knikt mijn hoofd al wild bevestigend.
 ‘Ja, verschrikkelijke ziektes. Van uitvallende tongen tot rottende tanden…’ hoor ik mezelf zeggen.
'Dat dacht ik al.' Ze springt van mijn schoot af en huppelt weer naar binnen.
Ik pak mijn biertje en neem een grote slok.
 

Eenheidsworst

3 juni, 2017
‘Je moet een beetje gek zijn om in deze branche te werken’ zei iemand ooit tegen me toen ik begon met werken in de confectie, en mijn vader mopperde vroeger dikwijls dat je altijd zo goed bent als je laatste order in deze business. En zo is het.
Behalve het weer is er niets zo onvoorspelbaar en zo grillig als de mode.
 
Je zou denken dat een korte termijn private label producent voor grote winkelketens juist bestaansrecht heeft in tijden waarin de trend buy now wear now regeert, maar het bedrijf waar ik voor werkte overleefde de faillissementen van winkelketens als Miss Etam en V&D niet.
Ik weet nog goed hoe het voelde om zeven jaar werk, samengevoegd in zeven Leitz ordners, in de prullenbak te kieperen. Als een geplukte kalkoen waren niet alleen die mappen, maar het hele bedrijf op het laatst pijnlijk kaal.
Men weet het aan het weer (de zomers lieten te lang op zich wachten) de uitverkoop (ketens mochten het hele jaar door uitverkopen), het internet, de prijs, de kwaliteit en de collectie die gebracht werd, maar ik geloof niet meer dat het daar aan lag.
Jarenlang poogde ik de consument te vatten die om onverklaarbare redenen ineens niet meer bij onze klanten kocht. Ik zocht haar in winkels, bestudeerde haar leefwijze, bekeek de verkopen bij vergelijkbare ketens via internet, maar vond niet waar ze haar geld nu aan uitgaf. Er vond geen verschuiving plaats, de zak met geld werd niet van de ene toonbank op de andere neergezet. Hij leek verdampt. Op.
Maar niets is minder waar. En ik kan het weten, want ik ben zelf die consument geworden.
 
Als mak schaap van de wegwerpmaatschappij heb ik alles wel zo’n beetje weggeworpen, niets is meer verrassend.
Ik ben op de hoogte van de trends, lees de bladen, vul continu mijn Pinterest stijl wandje aan, maar shop maar eens in de twee, drie maanden in hooguit vier winkels mijn outfit en die van de kinderen bij elkaar.
Niet omdat ik niet van winkelen houd, ik heb er gewoon de tijd en het geduld niet meer voor.
Vier dagen per week werk ik en op de overige drie ben ik met de kinderen.
Buiten dat ik de tijd en het geduld niet heb, weet ik ook niet meer waar ik alles moet laten. Ik heb zakken vol afgedankt speelgoed, kabels en apparatuur die gedateerd zijn, kinderkleding die te klein is en zalfjes en smeerseltjes die ik niet meer gebruik. Vroeger zou ik dat weg hebben gegooid en gewoon weer doodleuk nieuw hebben gekocht. Nu geef ik alles wat ik overhoud aan vrienden en familie of zet ik het op de site ‘gratis op te halen in Haarlem’. Als je eens scrollt op zo’n facebookpagina dan zal het je verbazen wat mensen weggeven. Je wordt verdomd blij van mensen die dolgelukkig zijn met jouw gebruikte spulletjes. En andersom werkt het ook: kinderkleding en speelgoed krijg ik vaak van vrienden, buren en familie.
Daarom begin ik me steeds meer af te vragen waarom er maar massaal wordt bijgeproduceerd. Is het niet duidelijk dat het aanbod vele mate groter is dan de vraag?
En zijn veel mensen niet, net als ik, het koopziek-zijn beu?
 
Nu is er weer een Nederlandse keten die het moeilijk heeft. De Blokker.
Bij BNR Spitsuur werden Leen Bakker, Xenos en Big Bazar (de bedrijven die Blokker in de verkoop zet) onder de loep genomen. Allemaal kampten ze volgens het panel met een licht imagoprobleem. Door ieder van hen zal een bezem moeten worden gehaald, maar an sich was er met de formules en de locaties van de winkels niets mis, werd er gezegd.
Maar er is natuurlijk van alles mis met het massaal inkopen van artikelen voor een lage prijs en hopen dat de omloopsnelheid ooit weer zo hoog zal worden als vroeger. Zelfs de Action, aldus datzelfde panel, ziet geen groei meer in Nederland, dat zegt genoeg.
Het middensegment ligt compleet op de schop en langzaam gaat het verlies nu ook aan het hoog –en laagsegment knabbelen. Mensen zoals ik zijn op zoek naar duurzaamheid, dankbaarheid en beleving, niet meer naar massa en eenheidsworst.
 
Wat mij dan wel zou bewegen om te gaan shoppen? Een warenhuis zoals wijlen V&D, maar dan met een kinderspeelruimte en opvang in de kelder (denk aan Småland van Ikea). Een boeken afdeling met een loungecafé waar je op je gemak door de boeken kunt bladeren, met een aparte voorleeshoek voor de kinderen. Een speelgoedetage met een speelotheek (waar je speelgoed huurt voor een bepaalde periode). Een verdieping waar je je telefoon, computer of andere apparaat kunt inruilen bij het kopen van een nieuwe. Een parfum en make up afdeling met een visagist, een wellness etage waar je je kunt laten masseren. Een kledingafdeling waar ze, naast nieuwe kleding, ook vintage kleding verkopen en een interieur afdeling met nieuwe en tweedehands artikelen.
Dat lijkt mij nou echt het einde.
Maar goed, we leven in een markt die door grote multinationals gedreven wordt, en ik ben slechts een luis in de pels van de spitsmuis in hun speelveld.