Herfstdip

23 november, 2016
Al vijf dagen heb ik het koud. Tot op het bot. Ik ben namelijk chronisch doodmoe.
Gisteravond besloot ik daar iets aan te doen. Nee, ik ging niet vroeg naar bed, ik ben kampioen vroeg naar bed wíllen – elke avond als ik mijn kussen raak denk ik ‘morgenavond ga ik echt’ – maar doe het nooit.
Er is zoveel te doen, zijn zoveel interessante mensen en er is plenty te zien op Netflix, Youtube en Facebook.
Maar goed, ik was dus verkleumd en had het geweldige plan om, meteen als ik thuis kwam van kantoor, de Hello fresh maaltijd te verorberen en dan met een bel rode wijn de mister mee te lokken in een heerlijk geurend bad. Heet en met stoom.
Maar de mister had andere plannen. Hij is geen badmens. Zijn definitie van romantiek is gezellig samen met een pilsje op de bank voetbal kijken, want waar het ook vandaan komt, er is altijd voetbal op de buis. Als ik zap zie ik het nooit, maar als híj die afstandsbediening in zijn handen heeft, zijn er minstens tien kanalen die het balspel uitzenden, of anders wel het geleuter erover.
Ik weet heus wel dat Onze Lieve Heer eerst de bal, toen de man en daarna pas de vrouw heeft geschapen, maar het wil maar niet wennen, die derde rang.
Dus nam ik (voor het eerst in mijn baddercarrière) mijn telefoon mee.
Wel zo gezellig, leek me, met vierhonderd en nogwat vriendjes en dinnetjes in een bescheiden bassin dobberen. Maar ik bleef hangen in de blues van T-Bone Walker. En toen in Billie Holiday, Etta James en daarna Moby. Dit ging fout.
Als de wiedeweerga swipete ik door Spotify om dat ene album van Whitney Houston te vinden dat ik altijd draaide toen ik nog alleen woonde en als single lady in mijn pas gerenoveerde badkamer compleet relaxed en gelukzalig in de tobbe lag. Het hielp.
Geen Estas Tonne, geen ‘ohm’ gechant, tjirpje of zwoel Braziliaans stemgeluid kan op tegen de algehele spierverslapper You give good love van Whitney Houston.
Binnensmonds en met kopstem humde ik de noten mee. Heerlijk.
Rozig, teut en oververhit stapte ik anderhalf uur later wankelend de douche in.
Voordat ik helemaal klaar was (mijn haar moet gortdroog geföhnd worden wil het niet de volgende ochtend zitten alsof er een tornado over mijn hoofd is geraasd) was het middernacht. Dan nog minstens een kwartier tanden poetsen en nog wat tutten om uiteindelijk toch weer veel en veel te laat mijn ijskoude bed in te stappen.
Maar, en nu komt het, toen ik opstond vanochtend voelde ik me als herboren. Fris, vrolijk en boordevol goede moed danste ik de trap af.
Je denkt: wat is nou de clou van dit verhaal? Die is er niet. Dit is het. Ik zou nog wel een beetje showergel o.i.d. kunnen aanprijzen, maar dat gebruik ik allemaal niet. Troep met microplastics enzo, daar doe ik niet aan. Ik was mijn haar met puur natuur shampoo van de vitaminewinkel, verwijder mijn make up met eco watjes van de Appie en een druppel van dat miracle water, wat wonderbaarlijk genoeg mijn mascara nooit geheel doet verdwijnen, en poets de tandjes altoos met Parodontax zonder fluoride, want ik heb ergens gelezen dat dat kankerverwekkend is.
Goed, het is inmiddels zo erg met mijn vrolijkheid gesteld, dat ik achter mijn schootcomputer zit te headbangen op Joe Bonamassa’s Blues Delux. Dat wil wat zeggen!
Dus tip van de dag: chop chop hurry up in bad met de blote billetjes en laat de herfstdip je niet in de kouwe kleren gaan zitten!
Fijne woensdag, lieverds.

Ochtendtafereel

21 november, 2016

Als ik twintig cent zou krijgen voor iedere ‘Nééeeeee, mama, ik wil jou niet,’ dan… Nou ja, ik zal niet overdrijven, dan zou ik nu zo’n vijftig euro hebben en daar koop ik tegenwoordig een halve week boodschappen voor.

Sinds die verrekte wintertijd is het iedere ochtend hetzelfde ritueel: opstaan, tien keer ‘Nee, mama, niet jij!’ aanhoren, aankleden (denk aan over de grond rollende kinderen die een waslap in hun gezicht gesmeten krijgen) en dan het standaard niet aan willen trekken whatever het ook is dat ik uit de kast heb gepakt.
Niemand, zelfs mijn moeder niet, had me op dit geweldige feest kunnen voorbereiden.
Misschien kom ik een beetje sarcastisch over, dat klopt. Ik had mijn rechterhand in het verband en manlief was de hele week overzees. Ik ben rete chagrijnig.
Ooit was ik een ochtendmens. Zodra de luiken omhoog waren, was ik al frips en fruitig in de hieperdepiep-modus sinaasappeltjes aan het persen terwijl ik m'n salsapasjes oefende. Het enige wat een beetje achterbleef was mijn stemgeluid, maar gelukkig heb ik daar nooit mijn carrière van gemaakt. Ik moest het hebben van mijn wits. 
Tegenwoordig worden de luiken open geforceerd met een koevoet en marcheer ik de trap op, op het ritme van mijn 'wat er ook gebeurt, ik blijf kalm' mantra. Misschien stiekem met nog wel een beetje goede moed, ik zou geen dromer zijn als ik niet zou hopen dat dat engelengezichtje straalt van geluk als ik aan haar bed verschijn en vervolgens alles doet wat ik vraag. Maar, ik kan je zeggen, dat gebeurt dus nooit. Al sta ik daar met een fanfare, word ik nog de kamer uit gebonjourd.
Dat is het nou met kinderen waar niemand je op kan voorbereiden: je hebt geen controle. Dingen gaan niet zoals jij het wilt. Voor een gepensioneerd perfectionist als ik wringt dat nog altijd. 
Sta je helemaal opgedoft klaar om de deur uit te gaan, kotst de kleinste je outfit onder. Weg avond.
Heb je de hele nacht je to-dolijst doorgenomen voor het werk de volgende dag, wordt de oudste wakker met een ondefinieerbare pijn in haar buik en vinger. Je denkt Aah, kom op, maar het is algehele malaise de nee-nee. Bel je baas maar af.
Klap je in je handen van trots dat je met nog precies 5 minuten op de klok iedereen in zijn winterjas gewurmd, wanten aan, schoenen dichtgeveterd en mutsen op, klaar hebt staan om op tijd op school te komen, wordt er triomfantelijk ‘O, o… poepie!’ gescandeerd. Je weet dat je het bokje bent.
Het zero-controle pakket dient zich aan op de dag van de bevalling. De illusie dat wij iets te zeggen hebben over hoeveel pijn we voelen, waar, wanneer en hoe de baby precies komt, is exact dat, een begoocheling. Net als hoeveel een baby huilt, de darmkrampjes, het slaapritme en zijn eetpatroon. Allemaal aan de gratie van het kind overgeleverd. En dat, lieve mensen, is only the beginning.
Een wijs iemand zei ooit tegen me: ‘Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen.’
Dit betekent dat ik nu nog maar een fractie voel van de chagrijnigheid die me waarschijnlijk nog te wachten staat. Dat troost me enigszins. Daarbij, je kan veel van kinderen zeggen, maar consequent zijn ze wel. En ik sta toch minstens drie jokers in de plus, aangezien de mister een week weg was, en nog een extra omdat ik zo zielig was met mijn zere hand. Dus leun ik nu nog even lekker achterover, trek mijn eerste fles wijn open, geniet van eclectische muziek tot laat in de avond en luister morgenochtend naar het heerlijke geluid van 'Nee, papa, niet jij!' terwijl ik me nog even omdraai.