Stil verdriet

29 december, 2016
Er was eens een klein meisje, zeven jaar, op een zolderkamer in een pittoresk dorpje onder de rook van Amsterdam. Boven haar bed hing een prikbord vol met plaatjes van Sonny Crockett, of Don Johnson, ook eentje van hem samen met zijn vrouw Melanie Griffith. Zij had ook blond haar en krullen, alleen droeg Melanie geen rode bril met witte stippen en dartelde zij niet dikwijls in bontgekleurde jurkjes rond op het schoolplein, maar dat even terzijde.
In haar kamertje had het meisje een witte taperecorder radio, die ze strategisch in het midden op de grond plaatste met de antenne zo veel mogelijk richting het raam om het beste bereik te vinden.
Ze stopte een leeg cassettebandje in het voorste vakje en duwde het dicht. Daarna draaide ze net zo lang aan het ribbelige knopje totdat ze de radiozender gevonden had die ze zocht.
Op haar knietjes, met haar handen onder haar kin en haar ellebogen op de grond leunend, luisterde ze naar de radio. Er werd aangekondigd in welke volgorde de liedjes na de reclame afgespeeld zouden worden. Haar kleine vingertje bungelde boven de REC knop en met het puntje van de tong uit haar mond wachtte ze tot het laatste propagandawoord gesproken was. Voordat de eerste noot klonk, drukte ze bliksemsnel op Record. Het cassettebandje begon te lopen.
Ze liet zich op de grond vallen, rolde zich op haar rug en met haar handen onder haar hoofd gevouwen en haar ogen dicht luisterde ze naar het lied, waarvan ze wist dat het straks op het cassettebandje gekopieerd zou staan.  
Zo ging dat twintig cassettebandjes vol door, want de plaatjes die haar vader en moeder beneden op de supersonische B&O stereo installatie draaiden, zowel lp als cd, kende ze inmiddels allemaal uit haar hoofd en waren veel te ouderwets.
Maar op een dag kwam haar vader thuis met een cd in de binnenzak van zijn colbert. Het eerste soloalbum van George Michael, getiteld Faith. Haar vader was verzot op het nummer Kissing a fool, iedereen moest het horen. Hij pakte de cd, duwde het hoesje in de handen van het meisje en zette het nummer op. De lage, zwoele en oorstrelende stem van George Michael schalde door de woonkamer.  
Door een waas van tranen staarde het meisje naar de cover, waarop George Michael in zijn zwarte leren jack aan zijn blote oksel leek te ruiken, waarbij alleen de zijkant van zijn gezicht, met keurig getrimde stoppelbaard en kruisjesoorbel te zien was. Het toppunt van stoer, dan en daar bepaald en voor altijd in haar geheugen gegrift. Don Johnson kon het veld ruimen. Zelfs met een krokodil als huisdier was je niet zo cool als George Michael. Helemaal niet toen de videoclip van Freedom op MTV uitkwam, een clip (druk op deze link) gevuld met alle topmodellen van toen, maar waar George the great zelf niet in te zien was.
Cindy Crawford die zichzelf betastte in een badkuip terwijl ze “Oh, yeah. Now I'm gonna get myself happy” playbackte, was de druppel. George Michael was gewoon niet van deze planeet. Hij kwam van planet Sex.
Hoe ze wist wat sexy was op haar zevende is een raadsel, maar ze wist het. En eigenlijk is het daarna ook nooit meer goed gekomen. Mannen met donkere stoppelbaardjes, borstelige wenkbrauwen, zwart leren jack en pilotenzonnebril hadden per definitie een katzwijm effect op haar, van knikkende knietjes tot natte dromen. 
Dat George later homo bleek te zijn kon haar niets schelen. Hij was unisexy.
En nu is hij niet meer.
Eerste kerstavond, na een geweldig familiefeest, checkte het inmiddels 35-jarige meisje zoals altijd nog even the grapevine. Op Facebook postten de laatste nog wakkere vrienden “RIP George Michael” en haar hart stopte met kloppen. De dood van Prince vond ze erg, maar dit raakte haar tot in haar kern. En ze was niet eens een fantiep.
Nooit heeft ze gillend van de Virgin Megastore in het Magna Plaza tot aan de Free Recordshop in de Kalverstraat achter Jeremy Jackson aangehold of kwijlend achter het hek gestaan bij een optreden van de Backstreet Boys. Nee, zij hield zich standvastig vast aan de titanen: George Michael en Lenny Kravitz. Wat haar betreft de meest sexy mannen op aarde, met ongeëvenaarde stylo en zangcapaciteiten.
The last of the Titans staat nog. En ze hoopt vurig, en ik met haar, dat Lenny de komende maanden binnen blijft, twee bodyguards voor zijn deur zet, alleen maar gezond eet, geen druppeltje alcohol drinkt, misschien een medicinaal jointje, maar verder in algehele onthouding en complete quarantaine verblijft, want mensen, als de laatste sexgod deze planeet verlaat dan blijft er nog wel bar weinig over om van te dromen.

Kerstgekte

21 december, 2016
Sinds ik besloten heb mijn carrière een tikkeltje te downsizen, ben ik compleet genezen van mijn koopgekte.
Mijn hele plan om al onze zuurverdiende centen te beleggen in Chanel tassen - waar ik de mister jarenlang voor in de week heb gelegd - heb ik laten varen. De kinderen lopen in kleding van marktplaats en een zekere Spaanse keten en zelf wandel ik rond in zomerkleding totdat het min tien is, aangevuld met een enkele neo-seizoens eyecatcher, waar ik mezelf eens in de drie maanden op trakteer. 
Ik bof dat ik op mijn zestiende de bui van deze crisis al heb zien hangen en stelselmatig schoenen ben gaan inslaan, waardoor ik een voorraad heb waarmee ik nog tot sint-juttemis degelijk voor de dag kan komen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor tassen, jassen en zonnebrillen - je zal maar geen vervoermiddel hebben voor al je prullaria als de pleuris uitbreekt, en ik kon natuurlijk niet weten wat voor weer het in barre tijden zou worden. 
Mijn consumptielust is nu officieel verdampt en ik kan inmiddels met enige zekerheid stellen dat ik compleet buiten Rogers Innovation Curve val. Zonder schroom dartel ik ergens achter de Laggards, want liever spaar ik voor mijn droom: een lap grond met een boerderijtje, kippen, honden, katten, koeien, konijntjes misschien even niet, maar een paar varkens en schapen zeker. Dat lijkt me zo gezellig. En het liefst in een warm land ook, met eigen wijngaard en allemaal van die gezellige fruitboompjes. 
Er moet genoeg plek zijn om de hele misjpoge onder te brengen en iedereen die ik liefheb moet er kunnen blijven pitten. Er staat een piano in de woonkamer, lonken een paar bongo's in de hoek en hangt een gitaar aan de muur. 
Met kerst is er geen sprake van stress, iedereen komt met de armpjes en beentjes bloot in semi gala kledij genieten van wat het dan ook is dat we in december nog hebben kunnen oogsten - en de gevulde eieren van oma.
Na het eten sjacheren we met de boerenpot, dansen we salsa, bachata en merengue, blèren we mee op Kleine vogel en Ze moeten boven even wachten, janken we om Amsterdam huilt en gaan we los op alle hits van toen en dan. Als we daarna nog staan, gaan we het over grote dingen hebben. Over hoe speciaal dit soort dagen zijn, hoe fijn het is om bij elkaar te zijn en wat een heerlijk leven we eigenlijk hebben. 
Daar spaar ik voor. Daar kunnen geen twintig Chanel Classic 2.55 flapbags tegenop. 
Misschien duurt het nog een halve eeuw voor ik de centjes bij elkaar heb, maar dansen, lachen, knuffelen, lekker eten en drinken met al mijn loved ones, dát is gemakkelijk zonder financiële bijdrage te bewerkstelligen. En in het licht van magische familieherenigingen, aanslagen, vuurwerkrampen en ziekenhuisopnames, koester ik deze kerst eens te meer. 
En jullie, lieve lieverds, wens ik vele heerlijke momenten met jullie allerliefsten, zo vaak en zo lang als het maar kan!

Het Flappie debacle

16 december, 2016
Gedoopt door oma T., in drievoud geschonken door moi en compleet afgesabbeld, afgeragd, gemarteld en gekoesterd door Aaf, is Flappie. We kunnen de deur niet uit zonder. Flappie 1 zijn we kwijtgeraakt op Samos, waarschijnlijk ligt het arme konijn daar nu op de geplaveide kiezelsteentjes weg te rotten, Flappie 2 moet in bed blijven en nummer 3 is steevast stevig vastgeklemd in het kleine knuistje van mijn meisje.
Op school gaat Flappie in de mand, thuis ligt Flappie te kust en te keur overal en nergens en op visite wordt Flappie dicht tegen de borst aangedrukt en het labeltje in zijn nekkie krampachtig geplukt. Schattig, hè. Ja, nee. Ik heb namelijk onlangs een filmpje gezien over hoe konijntjes gillen als ze levend geplukt worden en sindsdien kan ik geen konijn meer zien zonder dat de tranen me in de ogen springen. (Nu jank ik al bij de intro van GTST, en ik grien ook al kerstenlang om Flappie van Youp van 't Hek – echt, bij dat "maar ik had het hok toch goed dichtgedaan?" wordt het me gewoon teveel.) Maar deze Flappie is gewoon een lief klein roze knuffeltje, totaal niet aanstootgevend en toch kan ik dat beest niet meer luchten. Het beest verstoppen of elders een tijdelijk onderkomen geven had ook geen zin, Aaf blèrde direct de hele boel bijelkaar. 
Hoe komt het toch dat kinderen allemaal zo verknocht zijn aan knuffelbeestjes? En wanneer stopt die liefde? Hij lijkt vergeten op het moment dat we massaal die verschrikkelijke filmpjes over dierenleed wegklikken en onszelf voorhouden dat we daar toch niets aan kunnen veranderen of dat het te moeilijk is om het dierlijke te laten staan, liggen, hangen of niet op te eten. Anders dan ik. Ik krijg geen harig beest door mijn strot. Ik voel me al schuldig als ik naar een plakje ham kijk. Maar goed, tegenwoordig voel ik me om bijna alles schuldig.
Laatst, bijvoorbeeld, bekeek ik een vlog van Sylvana Simons, maar toen ze ‘Dear white people’ zei, voelde ik me voor de derde keer in mijn leven in een hokje geslingerd. Niet het hokje vrouw, niet het hokje half-joods, maar het vakje white privileged. O, wat voelde ik me weer responsabel. Had ik me schuldig gemaakt aan racisme gewoon door blank te zijn? Liet mijn hele bestaan niet alleen een belastende ecologische voetafdruk achter, maar ook een ethische? Had ik me jarenlang schuldig gemaakt aan racisme, gewoon door blank te zijn? 
Ik, die het liefst alle mensen uit hun hokjes zou willen trekken om ze naar het mijne te brengen, waar ik dan een groot feest geef. Moest ik dan vanaf nu rekening houden met iemands uiterlijk? Op mijn woorden letten? Aanschouwde ik het leven door een witte bril met blanke glazen die op mijn neus vastgeroest zat? Dat zou verschrikkelijk zijn. Sindsdien ga ik dus ook gebukt onder het grote collectief schuldgevoel, dat als een donkere wolk over ons landje zweeft. 
Nou goed, ons Flappie, die kan er natuurlijk ook niets aan doen dat hij roze is, en een konijn en dat ik zo’n jankerd ben. En omdat ik zoveel mogelijk in oplossingen probeer te denken, had ik het briljante plan om voor Aaf een paardenknuffel te kopen voor kerst. Ik zag al zo voor me hoe ze het papier losscheurde, compleet verrukt het paard omhoog hield, Flappie aan de kant gooide en met het paard door de kamer danste, allemaal in slowmotion en met vrolijk muziekje.
Met dat vrolijke muziekje in mijn kop begaf ik me naar de speelgoedwinkel, waar de goede moed me direct in de schoenen zonk. Er stonden daar drie paarden: een zwarte, een lichtbruine en een witte. Welke moest ik kiezen? In mijn hoofd hoorde ik die zwoele vrouwenstem weer ‘dear white people’ zeggen en ik zweer het je, ik dacht echt dat er door dat cameraatje in de hoek van de winkel op mij ingezoomd werd en de hele linkse verongelijkte Denkknuffelaars me, en masse, graaiend in popcorn bakken en nippend aan colabekers, zaten te bestuderen. Ze sloten een weddenschap met elkaar af: gaat ze A. (o, zo standaard en zo typisch blank) voor Whitey, B. (zo gemiddeld, halfbakken en laf) voor Browny, of C. vrij van vooroordelen en o zo politiek correct voor Blacky?
Vijf minuten heb ik daar gestaan, besluiteloos. En toen werd ik pissig. Als ik een wit paard voor mijn dochter wilde kopen, dan kocht ik een wit paard voor mijn dochter! Ik griste het beest van de plank en stampte naar de kassa. 
Toen de kassière me vroeg welke inpakpapier in wilde, die rooie met die witte kerstmannetjes, of die zwarte met die gouden, koos ik toch maar voor die zwarte. 
Met het pakje onder mijn arm hoopte ik vurig dat Aaf haar roze konijntje af zou danken voor het witte paard. 
Een vreselijk, vreselijk mens ben ik.

Aangesmeerd

7 december, 2016
Ik ben nu ruim een maand vijfendertig en dat is te merken.
Natuurlijk ben ik me al langer bewust van het feit dat mijn borsten sinds mijn laatste zwangerschap zeker een centimeter lager hangen dan eerst en ik weet ook dat mijn buttocks niet meer zo rock-hard is als vroegah en dat de striae op mijn bescheiden buikje nooit meer zal verdwijnen. Dat alles heb ik redelijk verwerkt inmiddels, maar toen ik onlangs werd gewezen op de aftakeling van mijn gezicht, sloeg ik toch wel even steil achterover.  
Afgelopen zondag besloot ik mezelf te trakteren op een dagje spa. 
O, hoe onbezorgd ik grinnikte toen ik in mijn nakie de sauna uitstapte en een redelijk aantrekkelijke kerel bijna onderuit zag glijden terwijl hij mij uitgebreid aan het bekijken was. Toen was alles nog flex en ik nog Toos rimpel- en zorgeloos.
Maar het gebeurde toen ik compleet gelukzalig en rozig de kleedkamer uitwaggelde. Mijn wangen trokken van de droogte, dus liep ik naar de draaitoren met smeerseltjes en koos dat ene potje waar hydra boost op stond, net wat ik nodig had. Nog voordat ik het goedje op mijn wang had gekwakt, stond er al een schoonheidsspecialiste naast me.
            ‘Kan ik u ergens mee helpen?’ vroeg ze liefelijk.
Licht gepikeerd dat iemand die net zo oud was als ik 'u' tegen me zei, zette ik dat potje weer terug.
            ‘Ik had droge wangen, dus heb even een beetje van jouw potje gesmeerd.’
            ‘Ja, ik zie dat u een erg droge huid hebt. Daar heb ik wat voor. Mag ik?’
Zonder aarzelen griste ze een tubetje van de molen, pakte mijn hand en smeerde er een miniklodder over uit.
‘Voel eens hoe zacht.’
           ‘Hmm hmm. Ja, heel zacht,’ mompelde ik, maar ik hoefde dat spul toch niet, wat ze ook zou zeggen.
            ‘Ik smeer dit over de hydra boost die u net gebruikt heeft en complementeer het met een filler, voor onder uw make up.’
Euh…  ‘Oké?’
            ‘Waar maakt u altijd uw gezicht mee schoon?’
            ‘Water, een watje en een beetje Miracle water.’ Nog geen tientje bij elkaar…
            ‘Ja, dat zou ik u toch echt afraden. Hier heb ik een uitstekende Cleanser, die kalmeert en reinigt. U hoeft er maar heel weinig van te gebruiken, dus u doet minstens een half jaar met zo’n flacon.’
Ze deed weer een graai uit de draaimolen.
            ‘Hoe beschermt u uw gezicht?’
Hoe ik mijn gezicht bescherm? Gewoon, door mijn armen omhoog te houden, zoals ik geleerd heb op die kickbox cursus die ik een blauwe maandag gevolgd heb. Maar iets zei me dat ik beter mijn mond kon houden.
‘Ik zie hier en hier,’ ze streek met haar vinger lichtjes over mijn voorhoofd en linkerwang, ‘al een aantal 
lichte pigmentvlekjes. En hier heeft u twee rimpeltjes,’ zei ze wijzend naar een plek tussen mijn wenkbrauwen.
Wat de?! Waar kwamen die ineens vandaan? Ik fronste en zag meteen de oorzaak.
            ‘Ik zou toch echt adviseren om over uw dagcrème een crème met minstens factor 50 te gebruiken, zoals deze…’
Ik pakte het potje van haar over en bekeek de pietepeuterige lettertjes.
            ‘Factor 50? Elke dag?’           
            ‘Ja, dat is goed tegen rimpels en het beschermt uw huid tegen de negatieve invloed van de zon.’ Ze pakte het potje weer uit mijn handen en smeerde het spul op mijn gezicht.
Het rook niet naar zonnebrand. Het voelde niet als zonnebrand en er bleef geen witte waas achter op mijn huid, zo liet ze me trots zien in de spiegel.
            ‘Voor de blauwe kringen onder uw ogen heb ik een speciale oogcrème met concealer in één.’
Blauwe kringen? Als een malle trok ik dat spiegeltje naar me toe.
Ze pakte een klein tubetje en depte een beige goedje onder mijn ogen.
Ik keek weer in de spiegel en voelde aan mijn gezicht. Was het dan echt zo erg met me gesteld?
            ‘Wat kost het hele pakket?’ vroeg ik.
We liepen naar de kassa waar ze een formulier invulde met wat ik, Miep aftakeltiep, allemaal nodig had. Voor de grap vroeg ik of ze niet ook een crèmepje had om de tietjes te liften. Maar, nee, die had ze niet.
            ‘Met de 10% korting zou dat komen op €352,50.’
Holyfuckamoly! Ik slikte. En nog eens en deed net alsof ik niet onder de indruk was.
            ‘Ja. Ik heb dus eigenlijk alleen die zonnebrandcrème en dat wallenzalfje nodig, op hoeveel kom ik dan?’
            ‘€134,50, maar ik zou toch…’
            ‘Is goed, doe die twee maar.’
En zo liep ik de Wellness uit. Een liter vocht en €134,50 armer.
Toen ik thuis kwam kon ik me wel voor mijn kop slaan dat ik me die troep had laten aansmeren.
Wat zeur ik nou? Ik ben vijfendertig! En trouwens, wat gaat het me in hemelsnaam kosten als ik dit soort paardenmiddelen moet gaan smeren tot mijn tachtigste? Het duizelt me nu al.
Uiteindelijk werken die peperdure middeltjes bij mij dus alleen maar averechts: frons ik namelijk niet omdat ik me zorgen maak over het ouder worden, dan is het wel vanwege de pijn van die gigantische rib uit mijn lijf. En van al dat gefrons krijg ik rimpels.
 

VERPREUTST

1 december, 2016
Nafluiten op straat gaat binnenkort verboden worden. Ja, echt. 
Vierduizend euri’s boete krijg je als je ‘hé, pssst’ roept naar een lekker, of gewoon, een wijf.
Soms maak ik me een beetje zorgen om de verpreutsing van onze samenleving en ben ik bang dat deze zelfs vat op míj begint te krijgen. Ik merk namelijk dat ik alles aan het nuanceren ben, helemaal nu ik kinderen heb die me het liefst en plein public de meest gênante vragen stellen, over mij, maar meestal over anderen. Iedereen is wat hen betreft een beetje gek, want: anders dan wij.
Nu was ik met Aaf in een kledingwinkel en de ietwat corpulente verkoopster herkende ons nog van de vorige keer – kunst, want Aaf had toen de hele winkel bij elkaar geschreeuwd omdat ze per se dat prinsessendekbedovertrek moest hebben.
           ‘O, dit is toch zo’n drol van een meisje. Echt zo’n schatje! Ben je blij met je prinsessendekbedovertrek, lieverd?’ vroeg de verkoopster met kunstmatig hoge piepstem. Ze deed nogal theatraal omdat er nog meer klanten bij stonden, maar ik kon het wel waarderen. Iedereen die mijn dochter een schatje noemt apprecieer ik ten zeerste.
‘Jij bent dik,’ was alles wat mijn kleine meid terugtetterde, ze konden het in de winkel aan de overkant
waarschijnlijk ook nog horen.
We zagen allemaal hoe al het bloed de vrouw naar de wangen steeg, ze zwalkte een beetje en murmelde iets onsamenhangends. Het hielp ook niet echt dat ze eruitzag als juffrouw Bulstronk uit Roald Dahls Matilda
Het zweet brak me uit.
Snel hing ik het truitje dat ik aan het bekijken was terug in het rek, want als ik niet gauw maakte dat ik daar wegkwam, zou ik uit schuldgevoel nog iets moeten kopen ook.
‘Waarom ben jij zo dik?’
Te laat.
           ‘Aaf!’ blèrde ik. Maar Aaf was niet van dit vraagstuk los te weken, ze bleef met haar handjes in haar zij tegenover de verkoopster staan, met puppyogen die smeekten om opheldering.
 ‘Nou, dat wordt een dure aankoop,’ mompelde ik. De vrouw naast me proestte het uit.
Tot mijn opluchting verscheen er een glimlach om de mond van de verkoopster. Ze boog zich voorover en legde een hand op Aafs schouder.
            ‘Je hebt gelijk, ik ben een beetje te dik. Dat komt omdat ik van heel veel lekker eten houd en het lukt me maar niet om dat te laten staan. Maar ik doe mijn best.’
Ik wierp de vrouw mijn allerliefste, meest verontschuldigende glimlach toe (ik heb geen idee hoe die eruitziet, maar stel je de lach van een boer met kiespijn voor die net een trap tussen zijn benen heeft gekregen), en loodste Aaf ondertussen mee naar de uitgang.
            ‘Da’s niet zo lief om te zeggen, hè. Je zag dat die mevrouw dat niet zo leuk vond,’ fluisterde ik toen we naar buiten liepen. Ik geloof niet dat het hele gebeuren echt indruk op haar gemaakt heeft, want nog geen dag later zei ze tegen de buurman dat er een nogal gekke kale plek op zijn achterhoofd zat, en dat hij daardoor wel leek op een ouwe opa. Daar kan ik de babyfoon dus ook nooit meer neerzetten.
Het is niet eens dat de buurman of de verkoopster er last van heeft, die onschuldige oprechtheid van een kind, ik schrik meer van mijn eigen plaatsvervangende teergevoeligheid. Dingen zijn gewoon zoals ze zijn. Dat een kind hardop zegt wat menig volwassene niet durft uit te spreken, is niet het probleem van het kind, maar de tekortkoming van de volwassene. Waarom kunnen we vandaag de dag de dingen niet meer aanhoren of uitspreken?
Goed, nu mag ik dus straks niet meer nagefloten worden. Niet meer nagefloten! Dat was altijd het lichtpuntje van mijn dag. Vuilnismannen, bouwvakkers, brandweerlui, wegwerkers, al die noeste arbeiders die als verzetje in hun pauze een dame nafluiten met hun lunchtrommeltje op schoot, dat is toch vertederend? Dat moeten we toch koesteren? Ik bedoel, wie gaat me anders ooit nog vertellen dat ik een lekkere kont heb?