Mode slachtoffer

12 augustus, 2017
Laatst zag ik een petitie voorbij komen op facebook tegen de milieuvervuiling die bedrijven zoals H&M en Zara veroorzaken met de grondstoffen voor productie van hun kleding. Dit artikel was voornamelijk gericht op viscose, wat ook een smerige aangelegenheid is qua vervaardiging.
Er stond een foto bij van een verdrietig kijkend meisje met de tekst ‘I’m the real fashion victim’, om ons westerlingen met ons oneindige empatisch vermogen over te halen te tekenen en zo H&M en Zara te manen om bij hun stoffenleveranciers, maar eigenlijk alleen die van viscose, te eisen dat ze de viscose op een duurzame en niet milieuvervuilende manier produceren. 
Ik vind dat bijna net zo kortzichtig als janken om de verbrandingsdood van 24.000 varkens, maar vervolgens wel lekker je tanden in een tosti ham/kaas zetten. 
 
Mijn vader heeft veel van die textielfabrieken van dichtbij gezien tijdens zijn reizen door het verre oosten.
Hij heeft me weleens verteld dat hij een fabriek binnenstapte en kinderen aan het werk zag. Toen hij de agent opdroeg de productie stil te leggen, begeleide die hem naar zijn auto en reed hem naar een vuilstortplaats, waar mijn vader door geblindeerde ramen naar de kinderen kon kijken die daar met hun eigen uitwerpselen zaten te spelen. Geen enkele toekomst hadden deze kinderen, dat doorbreken als westerling was onbegonnen werk, zei de agent, wat westerlingen wel konden doen was ze werk verschaffen. Het was kraaltjes rijgen en bij papa en mama blijven wonen of de prostitutie in en papa en mama nooit meer zien.
Sindsdien begrijp ik dat het allemaal veel gecompliceerder is dan ik dacht.
En later, toen ik zelf productie moest controleren in Turkije, zag ik met eigen ogen hoe de verfstoffen en chemicaliën die gebruikt werden voor de wassingen van jeans rechtstreeks in het afvoerputje geloosd werden, hoe moest het ook anders? Geld voor duurzame oplossingen was er niet, want de eindconsument wilde niet meer betalen voor een spijkerbroek.
In Mersin zag ik Syrische kinderen langs de kant van de weg zitten terwijl hun ouders bedelden bij iedere auto die langsreed. Onze leverancier stopte om de haverklap om ze geld te geven. ‘Ik mag ze van de overheid niet in dienst nemen in mijn fabriek, want officieel zijn ze hier niet, maar ik kan kinderen en hun ouders toch niet hier zo op straat laten verhongeren?’ vertelde hij. Mijn hart brak.
 
Instanties als BSCI, of keurmerken die zogenaamd garanderen dat alles maatschappelijk verantwoord, ecologisch, biologisch en weetikveelwatvoorlogisch geproduceerd wordt knijpen oogjes dicht waar het loont, hoorde ik van dezelfde leverancier. En anders worden ze voor het lapje gehouden door productiebedrijven die als decor dienen, waar alles er gelikt uitziet, maar waar alleen de kleine orders geproduceerd worden, de grote gaan allemaal via de achterdeur naar subcontractors, waar niemand de adressen van weet en waar niemand van wil weten wat daar gebeurt.
En laten we het over de productie van grondstoffen zoals katoen al helemaal niet hebben, dat moet zo massaal verbouwd, bespoten, bemest, bewaterd en daarna bewerkt worden, dat er simpelweg niets ecologisch meer aan is.
 
Het probleem begint niet bij die ketens. Het probleem begint bij ons.
Wij xennials en millenials zijn gewend alles te krijgen wat we willen voor een zo laag mogelijke prijs. Voor ieder wissewasje is er een gadget, voor ieder probleem is er een hapklare oplossing en voor iedere gril is er een mode.
Bedrijven draaien overuren om aan onze wensen te voldoen, lees hier een artikel over hoe bedrijven tegen elkaar moeten opboksen voor nog snellere Fast Fashion.
Zolang er een vraag bestaat zullen bedrijven er alles aan doen daar in te voorzien en dát is nu precies wat we moeten doorbreken.
 
Als we niet meer willen dat mensen in andere landen lijden door bedrijven als H&M en Zara, dan moeten we beginnen met zelf niet meer zo veel te willen.