Mens, erger je niet

29 juli, 2017
Gemeente Amsterdam voert een genderneutraal communicatiebeleid in, de NS gaat de term ‘Dames en heren’ niet meer omroepen op het station, 'blanke mensen' moet 'witte mensen' zijn, Canada heeft de eerste baby zonder geslacht op het paspoort en zwangere vrouwen kunnen we beter 'zwangere mensen' noemen. 
Het is tegenwoordig verdomd moeilijk om 'te zijn' in een maatschappij waar politieke correctheid en de fobie voor het al dan niet intentioneel kwetsen van anderen de boventoon voert.
Straks mag er geen nationaliteit (ik ben een wereldburger), geen geboortedatum (ik ben zo oud als ik me voel) en geen naam meer in een paspoort staan, want ook je naam is een onderdeel van een identiteit die je niet zelf gekozen hebt.
Ik vraag jullie, schieten we daar nu werkelijk iets mee op?
Denk je eens in hoe ontzettend lastig het zal zijn om je baby wiens geslacht en naam nog niet genoemd mag worden in te schrijven voor de kinderopvang en de basisschool:
Het kind Jansen, geboren op 28 juli puntje puntje puntje te puntje puntje puntje willen we graag aanmelden op kinderdagverblijf de Tismewat...
‘Helaas, mens, we hebben al een kind Jansen…’
Wat krijgen we dan? Nummers? 
Een argument voor al dit ongemak is dat een kind niet in stereotypes gedwongen zou moeten worden. Een meisje wordt (al dan niet bewust) door ouders gestimuleerd om een meisje te zijn en een jongen om jongen te zijn. De nieuwe Sire campagne die aanmoedigt dat we onze jongens weer jongens moeten laten zijn ondermijnt dit argument al, maar het is mij ook nooit opgevallen dat baby’s naar geslacht behandeld worden; Anwar krijgt op de crèche net zoveel melk als Mientje, ligt naast Mientje in de slaapzaal en krijgt evenveel aandacht van de juf. Op school krijgen jongens en meisjes hetzelfde onderwijs, er zijn geen aparte toetsen voor jongens of meisjes, geen aparte lokalen, ze zitten naast elkaar in de kring, mogen spelen waar en met wie ze willen. Dat er sociale druk is zal ik niet ontkennen, maar die los je niet op door de verschillen weg te nemen, maar juist door ze bespreekbaar te maken.
De rest is marketing. Al die roze en blauwe troep, ik snap dat het stereotyperend is, maar er zijn nu zo veel alternatieven dat kinderen toch wel kiezen wat ze zelf willen. En geloof me, als een kind iets per se wil, dan krijgt het dat tegenwoordig. Op sommige momenten treft het me dat ik niet meer ben dan hoofd van de hofhouding van twee kleine keizers. En lakei van mijn katten. 
 
Vroeg ik me ooit af wat de grondleggers van het filosofisch denken van ons zouden vinden, bezien vanuit hun luie zetel daar ergens in hogere sferen, nu vraag ik me eigenlijk alleen nog af hoe Alex de papegaai ons aanschouwt.
 ‘Jordana, dombo, wat doet het er toe hoe je iets of iemand noemt?' zal hij denken. 'Ze noemen mij Alex de papegaai – een papagáái! Voordat ze me zo noemden wist ik niet eens wat dat was – maar ík weet wie ik ben.
Jullie zijn zoogdieren met een identiteitscrisis die een beschaving gecreërd hebben, en nu ontkomen jullie niet aan de problematiek die daarmee gemoeid is.
Eerst moesten jullie verschil maken, nu willen jullie het weer wegnemen? Jullie bedachten termen voor licht en donker, zwart en wit, goed en kwaad, arm en rijk, dier en mens, dik en dun en bestempelden ze als antoniemen, maar wie zegt dat er tegenstrijdigheden zijn? Kan het een bestaan zonder het ander? Kan je immers niet alleen licht ervaren als je donker kent en andersom? Leer je niet pas wat goed is door kwaad te kennen? En dan nu de hamvraag, wat voegt het toe om te weten wat je bent? 
Het gaat om wie je bent in de tijd die je gegeven is, want aan het eind zijn we allemaal, zoals jullie mens David Bowie al wist, stardust
Hier, https://youtu.be/rNYdCk5nMzc een van jullie eigen kinderen kan het je uitleggen. 
Stop met zeiken en leef gewoon. Ga iets nuttigs doen, red mijn regenwoud! Lorre.’
 
Maar wie luistert er nu naar een papegaai?