Schoonheid

20 november, 2017
Tijdens een slaapfeestje met oud en nieuw ‘93 schrok ik wakker van iemand die een pluk haar achter mijn oor streek. Het was de knapste jongen van de hele wereld die op de rand van zijn bed zat en zich niet eens betrapt leek te voelen terwijl ik hem met wijd opengesperde ogen aan moet hebben gekeken. Ik sliep onder in zijn stapelbed, de andere kinderen lagen her en der in andere kamers in het huis, terwijl onze ouders beneden feest vierden.
Hij bleef zitten. Wat wilde hij? Me nog eens op m’n flikker geven voor het feit dat ik zijn GI Joe helikopter te pletter had laten vallen? Was hij er soms achter gekomen dat we zijn complete voorraad roll up bubblegum hadden opgevreten, die ook nog eens alleen maar in Amerika te krijgen was? Of zou hij weten dat ik stiekem zijn Aquafresh tandpasta met blueberry flavour had gebruikt om mijn tanden mee te poetsen?
Buiten knalde een verdwaald rotje uit elkaar, van beneden klonk muziek, gelach en geroezemoes, maar het geluid van mijn wild bonkende hart overstemde alles. Zou hij dat ook horen? Hij moest me wel raar vinden. Hoe kon hij anders? Hij snapte totaal niks van mij, en terecht, merendeel van de tijd begreep ik ook niets van mezelf. Misschien moest ik dat zeggen. Of gewoon sorry. Sorry voor mijn algehele ellendigheid, mijn streken, mijn stomme grappen, mijn grote mond, mijn roze bril met witte stippen, mijn braafheid, mijn boevigheid die dat moest verbloemen en voor het feit dat hij zijn bed moest afstaan aan mij, míj van al die mensen.
‘Weet je, je bent best mooi als je slaapt.’ Zijn stem klonk zacht toen hij dat zei.
Mijn longen smeekten bijna om zuurstof, maar mijn hoofd zat te vol met vraagtekens en fladderende vleugels. Hij stond op, sloeg drie treden van het houten trappetje over en sprong op het bed boven me. Ik durfde me niet te bewegen. Moest ik niet iets zeggen? Was er dan helemaal niets dat ik nu kon doen? Wat zou een normaal meisje zeggen? Ik liet mijn vingers over het plukje haar gaan dat nu achter mijn oor zat, haalde het daar vandaan en streek het er weer achter zoals hij zo even had gedaan. Ik was dus best mooi als ik sliep? Misschien moest ik dan maar nooit meer wakker worden...
 
Nu kijk ik naar mijn kleine meisje terwijl ze slaapt. Ik strijk voorzichtig een plukje haar achter haar perfecte oortje. Een engel, zoals ze daar ligt. Zo lief en zacht en onschuldig, maar tegelijkertijd ook al zo sterk en intelligent en onstuimig. Een wereldverbeteraar. Het is alsof ik naar mijn kleine zelf sta te kijken.
Ik moet denken aan dat ene moment met die jongen tijdens oud en nieuw ‘93 en realiseer me dat ik hem nu pas geloof. Dat ik pas zie hoe mooi ik eigenlijk ben als ik naar mijn kinderen kijk.