Henkie

24 maart, 2017
Waar zojuist nog kreetjes van vreugde, geklets, trippelende voetstapjes en rammelende wielen van de poppenwagen hadden geklonken, was het nu ineens stil. Verdacht stil.
Ik keek door het kiertje dat de woonkamerdeur openliet.
Daar stonden ze, Sam en Aaf, beiden met hun handjes in de zij, starend naar iets op de grond voor hun voeten.
‘Wat zijn jullie aan het doen, boefjes?’ vroeg ik terwijl ik naar binnen stapte.
‘Moet je kijken, mama,’ zei Aaf, wijzend naar iets.
Ik bleef staan. Was dat een zwart pootje? Zag ik daar iets bewegen?
Opeens sprong Aaf opzij, Sam slaakte een kreet.
O. Mijn. God. Een spin!
‘Hij gaat weg, mama! Hij rent weg!’ gilde Aaf.
‘Je moet hem pakken, Aaf!’ schreeuwde Sam, zijn hese stemmetje sloeg een octaaf over.
Met zijn acht behaarde poten schuifelde het beest richting het dressoir, om zich daar vlak voor weer bewegingsloos te houden.
Ik moest iets doen, maar ik kon alleen maar naar het insect staren, terwijl mijn hart wild alle lucht uit mijn longen bonkte.
Aaf deed een stap in de richting van het monster. ‘Niet doen!’ schreeuwde ik.
Twee verschrikte blikken schoten mijn kant op. Ik sloot even mijn ogen en opende ze vastberaden. 
‘Laat de spin maar even met rust, jongens.’
Vanaf de plek waar ik vastgeroest stond had mijn stem verdacht kalm geklonken.
‘Wat ga je dan doen, mama?’ vroeg Sammetje. 
‘Mama gaat hem pakken, toch?’ Aaf keek me verwachtingsvol aan.
Ik zocht om me heen naar een uitvlucht, een briljant plan of een beetje moed. Maar wat kon ik doen? De buurman halen? Het zou niet de eerste keer zijn dat ik in blinde paniek een spin achterliet om met een beloofde held terug te keren naar de plek des onheils en vervolgens ineen te krimpen onder zijn blik van medelijden en zijn scepsis over mijn geestelijke gesteldheid als er nergens meer een spin te bekennen was.
Het laatste waar ik zin in had was om de komende uren in een aflevering van Opsporing Verzocht vast te zitten.
‘Mama! Hij beweegt weer!’
De spin draaide een kwartslag, leek met zes ogen de afstand naar de eeuwige vrijheid in te schatten, terwijl hij me met de andere twee een vuile blik toewierp.
Normaal zou ik wegrennen, maar ik kon mijn kinderen niet in een huis laten met een monsterspin. Het was hij of wij.
Resoluut stapte ik naar de keuken, pakte het grootste glas dat ik kon vinden, vond een flyer van een sushi restaurant en liep terug. Ik kon dit. Ik had twee kinderen gebaard, een acute blindedarmontsteking overleefd en samen met een tarantula gedoucht op mijn solotrip in Mexico. Drie keer had ik als tiener op de Megafestatie een vogelspin over mijn arm laten lopen om van mijn fobie af te komen. Ik kon dit.
Het beest leek me te peilen, nog even en hij zou de gok wagen. Het was nu of nooit.
Ik dook naar voren, zette het glas over de spin, schoof de flyer eronder en tilde hem op.
‘Heb ik hem? Heb ik hem?’ Ik durfde niet te kijken.
‘Ben je bang, mama?’
‘Nee, hoor,’ hijgde ik. ‘Aaf, kan jij de tuindeur voor mama opendoen, dan laat ik Henkie even naar buiten.’ Ik hoopte dat ik niet te smekend klonk.
‘Heet ie Henkie? Aaah…’
Met twee stuiterende wuppies in mijn kielzog liep ik richting de tuin. Voor de deur bleef Aaf staan.
‘Mag ik hem zien, mama?’ vroeg ze. ‘Ja! Ik ook! Ik ook!’ Sam sprong op en neer.
Ik ging iets door mijn knieën en hield Henkie in zijn glazen kooitje zo dat de kinderen hem goed konden zien.
‘Hij is wel groot, hè mama?’ 
‘Mm, mm.’
‘Ga maar lekker naar buiten, Henkie,’ zei Sam met een piepstemmetje. ‘Mag ik hem aaien?’ voegde hij er aan toe. 
‘Nee, je mag hem niet aaien. Henkie gaat nu naar huis.’
Op blote voeten liep ik naar buiten. Aaf kwam naast me staan. Ik zoog een diepe teug lucht naar binnen.
‘Oké, Henkie. Ik ga je vrijlaten. Ik had je op kunnen zuigen met de stofzuiger, kunnen laten verorberen door de kat of gewoon een mep kunnen geven met een slipper, maar dat heb ik allemaal niet gedaan. Dus nu ga je gewoon lekker daar in die hortensia, zonder geplak en gehang en zonder je hele familie op me af te sturen. Oké?’
Henkie verroerde zich niet. Dat vatte ik op als een bevestiging.
En toen deed ik het. Ik schoof het glas over de flyer en Henkie vloog zo de hortensia in.
Razendsnel greep ik de kinderen en rende naar binnen, waar ik de deur achter me op slot draaide.
Zo. Met deze mama valt niet te spotten, dacht ik nog.