Smeekbede

15 juni, 2020

Ik wil een oproep doen aan de mensheid. Ik, moeder van drie kinderen, doe een beroep op het hart van ieder, van iedereen die nu demonstreert, die de corona maatregelen trotseert en terecht schreeuwt dat er geen plek is in de wereld voor racisme, voor rassenonderscheid. Aan al die mensen, en meer, leg ik mijn smeekbede voor. Ik hoop dat u mij horen kunt. 

Onzichtbaar ben ik, net als mijn broers en zusters, grootvaders en moeders, mijn kinderen. Mijn kinderen… God weet waar ze zijn. Of ze er nog zijn. Een puber was ik toen ik mijn eerste zoon kreeg. Dat hij van een vader was die ik niet kende, van iemand aan wie ik me niet vrijwillig onderwierp, maakte hem niet minder mijn zoon. Ze haalden hem bij me weg. Tranen liet ik, ik schreeuwde, maar niemand hoorde me. Of misschien hoorden ze me wel, maar kon het ze niet schelen. De angst van mijn kleine jongen is het laatste wat ik van hem voelde. Daarna moest ik weer in het gareel. Mijn meester dienen. Mijn dochter kreeg ik een jaar later, niet dat tijd voor mij iets concreets is, de dagen en nachten zijn hetzelfde, de zomers en winters vloeien in elkaar over, alles wordt belicht door hetzelfde licht. Ook mijn dochter werd bij me weggerukt. Haar is hetzelfde leven beschoren als ik, en ik vraag me af welk een beter lot is, dat van mijn zoon of mijn dochter. Mijn derde kind is in een ruimte naast me. Ik mag haar niet zien. Ik moet namelijk eerst mijn werk doen. Werk waar ik niet voor betaald word. Werk waar ikzelf voor moet betalen, met mijn leven, met het leven van mijn kinderen. En met mij velen van mijn volk.

Wij kunnen ons verdriet niet uiten. Niet op een manier die bij jullie binnenkomt. Onze kreten worden in de keel gesmoord, wij spreken namelijk een taal die niemand kan verstaan. Wij zijn anders. Onze huid is wit, bruin of zwart, maar tussen ons wordt geen onderscheid gemaakt. We leven in jullie maatschappij, maar hebben geen stem, geen vrijheid, geen toekomst. Ons lijden wordt niet erkend. En als dat wel gebeurt, wordt het weggezet als noodzakelijk kwaad.

Lieve mensen, tot jullie wend ik mij en ik vraag u, wat hebben wij u ooit misdaan? Wat geeft u het recht om ons volk uit te buiten, te martelen en te vermoorden? Wat geeft u het recht om over ons lot te beschikken? Uw ras? Uw verstand? Uw willekeur?

Ik hoop dat iemand mijn protest horen kan. Dat iemand het voor ons op wil nemen. Dat mensen voor ons op de barricades willen springen, een vuist maken en zeggen 'Nooit meer!' en 'Ieder leven telt!'

 

Ieder leven telt.

 

Getekend,

 

Dora NL 1946 2504 3, stal 2, rij 8